
Peter Vandebuerie

Kan de gemeente van het Nieuwe Testament vandaag bestaan?
Hoe kan die gemeente uit de eerste eeuw vandaag, in de eenentwintigste eeuw, bestaan?
In het Nieuwe Testament lezen we over de gemeente die door Petrus en de apostelen werd gesticht op de Pinksterdag. Het was hier, in deze gemeente van het Nieuwe Testament, dat mensen redding vonden in Jezus Christus. Zondaars ontvingen vergeving van hun zonden, werden christenen, en de Heer voegde hen toe aan Zijn gemeente (Handelingen 2:47). De apostelen waren mannen die met Jezus waren geweest en die door de Heilige Geest in alle waarheid werden geleid (Johannes 16:13), en de gemeente van het Nieuwe Testament was gehoorzaam aan hun onderwijs (Handelingen 2:42; 2 Johannes 9). Het was deze gemeente waarvoor Christus is gestorven.
Hoe kan die gemeente uit de eerste eeuw vandaag, in de eenentwintigste eeuw, bestaan?Het Nieuwe Testament laat duidelijk zien hoe de gemeente er in die tijd uitzag in haar samenstelling, organisatie en aanbidding.
De krant The New York Times publiceerde op 15 juni 2005 een artikel over het ontkiemen van een dadelzaad dat in de jaren zestig was gevonden in Masada, een oud fort gebouwd door Herodes de Grote, nabij de Dode Zee. Het zaad werd gedateerd in diezelfde tijdsperiode, maar toen het werd geplant, ontkiemde het en groeide het — een plant uit de 21e eeuw afkomstig van een zaad uit de 1e eeuw. (Een soortgelijk artikel verscheen later op 12 juni 2008 in het tijdschrift New Scientist — een gerespecteerd medisch en wetenschappelijk tijdschrift uit Londen — onder de titel: “Jesus Era Seed is the Oldest to Germinate”.)
Waarom spreken we over zaden in verband met de gemeente van het Nieuwe Testament? “Dit is de gelijkenis: het zaad is het woord van God” (Lukas 8:11). Toen het woord van God in hun tijd werd gepredikt door Petrus, Paulus en anderen, bracht het vrucht voort. Paulus vergelijkt de groei van de gemeente in Korinthe met die van een plant wanneer hij de christenen daar herinnert: “Ik heb geplant, Apollos heeft begoten, maar God gaf de groei” (1 Korintiërs 3:6). Als wij dus hetzelfde zaad gebruiken als de apostelen en predikers uit de eerste eeuw (namelijk het woord van God), is het dan niet waarschijnlijk dat datzelfde zaad vandaag dezelfde resultaten zal voortbrengen? Appels groeien uit appelzaden, eikenbomen uit eikels; zo kan ook de gemeente van het Nieuwe Testament groeien uit het Nieuwe Testament.
Het artikel in New Scientist besprak het falen van andere soortgelijke projecten om moderne planten te laten groeien uit oude zaden. De mislukkingen werden toegeschreven aan het achteruitgaan en muteren van het zaad. Maar zien we dat niet precies in de religieuze wereld van vandaag — kerken die proberen op elkaar te lijken, maar hun structuur en samenstelling hebben veranderd in iets anders? Paulus waarschuwde al in een vroeg stadium voor deze gevaren (1 Korintiërs 1:10-13).
De gemeente van het Nieuwe Testament aanbad de Heer op manieren die sommigen vandaag vreemd zouden vinden. Die gemeente beperkte zich tot het onderwijs van de apostelen en voegde niets toe en deed er niets van af, om de Heer te behagen (Openbaring 22:18-19; 2 Johannes 9; Handelingen 2:42). Die gemeente kwam elke zondag samen om de dood van hun Heer te gedenken met brood en druivensap (Handelingen 20:7). Die gemeente zong acapella liederen tot eer van God (Kolossenzen 3:16). Zij luisterden naar de prediking van Gods woord (1 Timotheüs 4:13) en gaven vrijwillige gaven van geld om andere christenen te helpen (1 Korintiërs 16:1-2).
Die gemeente werd gevormd toen mensen luisterden naar de Heilige Geest, in Jezus geloofden, zich bekeerden van hun zonden en werden gedoopt in de naam van Jezus tot vergeving van die zonden (Handelingen 2:38). Toen Petrus op de Pinksterdag predikte, staat er: “Zij dan die zijn woord aannamen, werden gedoopt, en op die dag werden ongeveer drieduizend zielen toegevoegd” (Handelingen 2:41). Natuurlijk waren er die dag ook mensen die zijn woorden niet aannamen, niet werden gedoopt en niet werden toegevoegd. Onderzoek de Bijbelteksten zorgvuldig en vraag uzelf af: “Doet mijn gemeente dit?”
Het Nieuwe Testament kan vandaag begrepen worden, net zoals het in de eerste eeuw werd begrepen. Zoals christenen toen hun Heer volgden zonder zich bij een denominatie aan te sluiten, zo doen velen dat vandaag ook. We kunnen de denkwijze van denominationalisme overwinnen door hetzelfde zaad in ons hart te zaaien. De gemeente van het Nieuwe Testament was geen denominatie en is dat ook niet. De bevelen die Petrus gaf waren eenvoudig genoeg dat drieduizend mensen ze konden begrijpen en aannemen om gered te worden. Die bevelen zijn niet veranderd; ze zijn vandaag even eenvoudig — of even moeilijk — als toen Petrus ze predikte. En de aanbidding van christenen was toen en is vandaag dezelfde.
Kan de gemeente van de eerste eeuw vandaag bestaan? Ja, dat kan — en ja, zij bestaat. Jezus beloofde: “Ik zal Mijn gemeente bouwen, en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet overweldigen” (Mattheüs 16:18). Zoek een gemeente die voor alles wat zij doet in werk en aanbidding kan wijzen op boek, hoofdstuk en vers. Zoek het zaad.