top of page
IMG_0033333.png
Peter Vandebuerie
people-2596890_1920.jpg

De Anglicaanse kerk getoetst aan het Nieuwe Testament

Een studie over de geschiedenis, leer, eredienst en kerkorganisatie van de Anglicaanse Kerk

Een studie over de geschiedenis, leer, eredienst en kerkorganisatie van de Anglicaanse Kerk, vergeleken met het Nieuwe Testament.

1. Het ontstaan van de Anglicaanse Kerk

De geschiedenis van het christendom in Engeland gaat terug tot de eerste eeuwen. In 597 stuurde paus Gregorius de Grote de monnik Augustinus naar Engeland. Hij werd de eerste aartsbisschop van Canterbury. In de eeuwen daarna ontwikkelde zich een Engelse kerk die deel uitmaakte van de Rooms-Katholieke Kerk en het gezag van de paus erkende. Bron: Church of England, History of the Church of England — de vroege Engelse kerk, Hendrik VIII, de Reformatie en de Elizabethaanse regeling. De beslissende breuk kwam in de zestiende eeuw onder koning Hendrik VIII.

Hendrik VIII en de breuk met Rome

Hendrik VIII wilde zijn huwelijk met Catharina van Aragon laten ontbinden. Toen hij daarvoor geen toestemming van de paus kreeg, ontstond een conflict met Rome. In 1534 werd door de Engelse wetgeving bepaald dat de koning het hoogste gezag over de kerk in Engeland kreeg. De Engelse kerk verbrak daarmee de juridische band met de paus.

Aanvankelijk was deze breuk vooral politiek en kerkelijk. Onder koning Edward VI (1547–1553) werden vervolgens meer protestantse hervormingen ingevoerd. Het Book of Common Prayer werd een belangrijk instrument om de Engelse eredienst te hervormen.

Onder koningin Maria I (1553–1558) werd de band met Rome tijdelijk hersteld. Toen Elizabeth I in 1558 aan de macht kwam, werd de Engelse kerk opnieuw losgemaakt van Rome. Onder haar bewind ontstond een kerk die protestantse leerstellingen combineerde met veel oudere katholieke vormen, zoals bisschoppen, liturgische gebeden en kerkelijke feestdagen. Daarom omschrijft de Church of England zichzelf als zowel katholiek in historische continuïteit als hervormd in haar leer.

Wat betekent dit vanuit het Nieuwe Testament?

De historische ontwikkeling verklaart hoe de Anglicaanse Kerk is ontstaan, maar bewijst op zichzelf niet of haar leer juist is. De Bijbel roept gelovigen op om niet alleen naar de ouderdom of traditie van een kerk te kijken, maar haar onderwijs te toetsen:

“Zij onderzochten dagelijks de Schriften, of deze dingen zo waren.” — Handelingen 17:11, NBG

De Bereeërs onderzochten zelfs de verkondiging van Paulus aan de hand van de Schrift. Daarom moet ook een kerk die zich op een lange christelijke geschiedenis beroept, bereid zijn haar leer aan Gods Woord te toetsen.

De centrale vraag is niet hoe oud de Anglicaanse Kerk is, maar of haar leer en organisatie overeenkomen met het onderwijs van Christus en Zijn apostelen.

2. Schrift, traditie en menselijke geloofsbelijdenissen

De Anglicaanse Kerk beschouwt de Bijbel als de uiteindelijke norm van het geloof. Tegelijk gebruikt zij de kerkelijke traditie en de menselijke rede bij het uitleggen van de Schrift. De historische geloofsbelijdenissen, de Thirty-Nine Articles en het Book of Common Prayer spelen daarbij een belangrijke rol. Bron: Anglican Communion, What Anglicans Believe en The Role of Scripture, Tradition & Reason — gezag van de Schrift, traditie, rede en sacramenten.

Historische documenten kunnen helpen om de Bijbel te begrijpen. Het verschil ontstaat wanneer tradities of belijdenissen mede gaan bepalen wat de kerk moet geloven en doen. Paulus schrijft:

“Opdat gij leert niet te gaan boven hetgeen geschreven staat.” — 1 Korintiërs 4:6, NBG

En:

“De gehele Schrift is door God ingegeven en nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid.” — 2 Timotheüs 3:16, NBG

In de volgende verzen legt Paulus uit dat de mens Gods daardoor toegerust wordt tot alle goed werk (2 Timotheüs 3:17). Dit betekent dat de Schrift niet slechts één bron naast andere bronnen is. Zij is de geïnspireerde norm waaraan menselijke leerstellingen moeten worden getoetst. Dat betekent niet dat ieder gebruik dat niet letterlijk in de Bijbel wordt genoemd automatisch verkeerd is. Het betekent wel dat een menselijke traditie geen goddelijk gebod mag worden wanneer daarvoor geen Bijbelse grond bestaat.

Bijbelse toets: Kan een Anglicaanse leer of praktijk worden verdedigd vanuit de Schrift, of steunt zij uiteindelijk op een latere kerkelijke beslissing?

3. Redding, geloof en gehoorzaamheid

De Anglicaanse Kerk benadrukt Gods genade en de rechtvaardiging door het geloof. Daarmee deelt zij een belangrijk uitgangspunt van het Nieuwe Testament: niemand kan zijn redding verdienen door eigen verdiensten. Toch ontstaat een belangrijke vraag wanneer men spreekt over de verhouding tussen geloof en gehoorzaamheid. Paulus schrijft:

“Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede met God door onze Here Jezus Christus.” — Romeinen 5:1, NBG

Maar Jezus zegt ook:

“Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil mijns Vaders, die in de hemelen is.” — Mattheüs 7:21, NBG

En Hebreeën 5:9 beschrijft Christus als de oorzaak van eeuwig heil voor allen die Hem gehoorzamen. Deze teksten hoeven niet met elkaar in conflict te zijn. De vraag is niet of iemand zijn redding kan kopen met goede werken. De vraag is of Bijbels geloof kan worden losgemaakt van bekering en gehoorzaamheid. Jakobus schrijft dat geloof zonder werken dood is (Jakobus 2:17, 24, 26). Hij spreekt niet over het verdienen van Gods genade, maar over de noodzaak van een geloof dat werkelijk zichtbaar wordt.

De conclusie vanuit het Nieuwe Testament

De Bijbel presenteert geloof niet als een louter verstandelijke overtuiging. Het evangelie roept mensen op om Christus te geloven, zich te bekeren en Hem te gehoorzamen.

Daarom moet het reddingsproces worden onderzocht aan de hand van alle relevante teksten, niet alleen aan de hand van één leerstelling over geloof.

Bijbelse toets: Brengt de leer van een kerk geloof, bekering, gehoorzaamheid en doop samen zoals het Nieuwe Testament dat doet?

4. De doop en de kinderdoop

De Anglicaanse Kerk leert dat de doop meer is dan een symbolische handeling. Volgens de klassieke Anglicaanse leer is de doop verbonden met wedergeboorte, vergeving en opname in de kerk. Ook de kinderdoop wordt uitdrukkelijk behouden. Bron: Church of England, Public Baptism of Infants — de officiële orde voor de kinderdoop. Het verschil met het Nieuwe Testament ligt daarom niet voornamelijk in de vraag of de doop belangrijk is, maar vooral in wie wordt gedoopt en op welk moment.

Het patroon in Handelingen

Op de Pinksterdag verkondigt Petrus het evangelie. Wanneer de toehoorders vragen wat zij moeten doen, antwoordt hij:

“Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden.” — Handelingen 2:38, NBG

Handelingen 2:41 vertelt vervolgens dat degenen die het woord aanvaardden, zich lieten dopen. Ook in Handelingen 8 horen we over mensen die het evangelie geloven en zich daarna laten dopen (Handelingen 8:12). De Ethiopiër hoort de verkondiging van Filippus en vraagt om gedoopt te worden (Handelingen 8:35-38). Deze voorbeelden laten een herkenbaar patroon zien: de verkondiging wordt gehoord, mensen reageren erop en zij worden gedoopt.

Waarom is de kinderdoop een probleem vanuit dit standpunt?

Een baby kan het evangelie nog niet persoonlijk begrijpen, belijden of bewust beantwoorden. Toch wordt een baby in de Anglicaanse Kerk gedoopt op basis van de overtuiging dat de doop Gods genade schenkt en dat het kind in de kerk wordt opgenomen.

Het Nieuwe Testament bevat geen ondubbelzinnig voorbeeld waarin een baby wordt gedoopt. Soms wordt gewezen op de doop van een heel gezin, bijvoorbeeld in Handelingen 16:15 en 16:33. Maar deze teksten zeggen niet uitdrukkelijk dat er baby's bij waren. Ze bewijzen dus op zichzelf noch dat er baby's gedoopt werden, noch dat dit niet zo was. De vraag moet daarom worden beantwoord vanuit de duidelijke voorbeelden en opdrachten van het Nieuwe Testament.

De betekenis van de doop

De doop is in het Nieuwe Testament nauw verbonden met Christus, vergeving en een nieuw leven.

“Sta op, laat u dopen en uw zonden afwassen onder aanroeping van zijn naam.” — Handelingen 22:16, NBG

Romeinen 6:3-4 verbindt de doop met het sterven en opstaan met Christus. Galaten 3:27 zegt dat degenen die in Christus gedoopt zijn, zich met Christus bekleed hebben.

Vanuit de Gemeente van Christus is de doop daarom geen leeg ritueel en evenmin uitsluitend een openbare verklaring dat iemand al gered is. Het is een handeling die in de Bijbelse bekering nauw verbonden is met geloof, bekering en Christus.

De centrale vraag: Waar leert het Nieuwe Testament dat een baby gedoopt moet worden, terwijl de duidelijke voorbeelden van bekering mensen tonen die het evangelie horen en erop reageren?

5. Het avondmaal en de Eucharistie

Anglicanen beschouwen de Eucharistie, ook het Avondmaal of de Heilige Communie genoemd, als een van de twee grote sacramenten die door Christus zijn ingesteld. Zij zien het niet als een lege herinnering, maar als een middel waardoor gelovigen werkelijk delen in Gods genade. De precieze uitleg van de aanwezigheid van Christus verschilt binnen de Anglicaanse wereld. Bron: Anglican Communion, What Anglicans Believe en The Role of Scripture, Tradition & Reason — gezag van de Schrift, traditie, rede en sacramenten.

Het Nieuwe Testament erkent dat het avondmaal door Christus is ingesteld en dat het meer is dan een gewone maaltijd. Het is een herinnering aan Zijn dood en een uitdrukking van de gemeenschap met Hem. Jezus zegt:

“Doet dit tot mijn gedachtenis.” — Lucas 22:19, NBG

Paulus schrijft dat het brood en de beker gemeenschap met het lichaam en bloed van Christus uitdrukken (1 Korintiërs 10:16-17). In 1 Korintiërs 11:23-29 legt hij de nadruk op het gedenken van Christus, het verkondigen van Zijn dood en het op waardige wijze deelnemen.

Waar ligt het verschil?

De Anglicaanse leer kent aan het avondmaal een sacramentele werking toe: het is niet alleen een herinnering, maar ook een middel waardoor God genade schenkt. Vanuit het Nieuwe Testament moet worden gevraagd of deze uitleg overeenkomt met wat het Nieuwe Testament over de instelling en het gebruik van het avondmaal leert.

De teksten benadrukken Christus' instelling, Zijn offer, de gemeenschap van gelovigen en de verkondiging van Zijn dood. Een kerkelijke uitleg mag deze elementen niet vervangen door een betekenis die niet uit de Schrift kan worden aangetoond. Tegelijk moet men de Anglicaanse leer nauwkeurig weergeven: de klassieke Anglicaanse artikelen verwerpen de rooms-katholieke transsubstantiatie en stellen dat gelovigen door het geloof geestelijk delen in Christus.

Bijbelse toets: Welke betekenis geeft het Nieuwe Testament zelf aan het avondmaal, en welke sacramentele uitleg wordt daar eventueel aan toegevoegd?

6. De kerkstructuur: bisschoppen, priesters en plaatselijke gemeenten

De Anglicaanse Kerk heeft een historische bisschoppenstructuur. Plaatselijke parochies vallen onder een bisdom dat door een bisschop wordt geleid. Bisschoppen, priesters en diakenen vormen de traditionele drie ambtsorden. Bron: Church of England, History of the Church of England — de vroege Engelse kerk, Hendrik VIII, de Reformatie en de Elizabethaanse regeling.

Het Nieuwe Testament ziet de organisatie van de gemeente als normatief. Daar worden plaatselijke gemeenten beschreven met oudsten of opzieners en diakenen. Handelingen 14:23 zegt dat Paulus en Barnabas in elke gemeente oudsten aanstelden. In Filippenzen 1:1 worden de heiligen genoemd, samen met de opzieners en diakenen. Titus 1:5-7 verbindt de aanstelling van oudsten met het ambt van opziener.

Waarom is dit verschil belangrijk?

In de Anglicaanse structuur is de bisschop verantwoordelijk voor een groter gebied met meerdere gemeenten. In het Nieuwe Testament zien we plaatselijke gemeenten met eigen oudsten die toezicht houden op de gemeente. Petrus schrijft aan de oudsten:

“Hoedt de kudde Gods, die bij u is.” — 1 Petrus 5:2, NBG

De woorden “die bij u is” wijzen op verantwoordelijkheid voor de kudde die aan hun zorg is toevertrouwd.

Het Nieuwe Testament kent uiteraard leiderschap, gezag en samenwerking tussen gemeenten. De vraag is echter of het een afzonderlijk bisschoppelijk ambt instelt dat over verschillende plaatselijke gemeenten staat, zoals in de Anglicaanse organisatie.

Bijbelse toets: Waar wordt in het Nieuwe Testament een kerkstructuur voorgeschreven waarin een bisschop gezag heeft over meerdere gemeenten en andere ambtsdragers?

7. De aartsbisschop van Canterbury

De aartsbisschop van Canterbury neemt een bijzondere positie in binnen het Anglicanisme.

Binnen de Church of England is hij de hoogste bisschop en metropoliet van de provincie Canterbury. Hij heeft verantwoordelijkheid voor het kerkelijke leven in het zuidelijke deel van Engeland. Daarnaast is hij internationaal het belangrijkste symbolische en verbindende gezicht van de Anglican Communion. Bron: Anglican Communion, The Archbishop of Canterbury — de positie van Canterbury en de zelfstandigheid van de lidkerken.

Toch is hij geen Anglicaanse paus. De Anglican Communion bestaat uit zelfstandige kerken. De aartsbisschop wordt omschreven als primus inter pares: “eerste onder gelijken”. Hij roept belangrijke internationale bijeenkomsten bijeen en bevordert overleg en eenheid, maar heeft geen algemeen juridisch gezag over alle Anglicaanse kerken.

Hoe is deze positie ontstaan?

Canterbury werd belangrijk doordat Augustinus daar in 597 de eerste aartsbisschop werd. De zetel kreeg in de eeuwen daarna een centrale rol in de Engelse kerk. Toen de Church of England zich van Rome losmaakte, bleef de bisschoppelijke structuur bestaan. Canterbury behield daardoor zijn historische betekenis. De wereldwijde rol van Canterbury groeide later verder, toen Anglicaanse kerken zich over de wereld verspreidden. De aartsbisschop werd een verbindende figuur voor kerken die historisch en liturgisch met elkaar verbonden zijn, maar zelfstandig bestuurd worden.

De Bijbelse beoordeling

Vanuit de Gemeente van Christus is het belangrijkste punt niet dat Canterbury een paus zou zijn. Dat is immers niet de officiële Anglicaanse positie. De vraag is waarom een wereldwijd verbindend ambt met deze bijzondere status nodig is als Christus het Hoofd van de kerk is en het Nieuwe Testament plaatselijke gemeenten met oudsten beschrijft. Paulus schrijft:

“En Hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente.” — Kolossenzen 1:18, NBG

In Handelingen 14:23 zien we oudsten in de plaatselijke gemeenten. In 1 Petrus 5:1-3 worden oudsten opgeroepen om de kudde te hoeden, zonder heerschappij over de hun toevertrouwde gelovigen te voeren. Deze teksten laten zien dat Christus het Hoofd is en dat plaatselijke leiders een dienende verantwoordelijkheid hebben.

Bijbelse toets: Is de bijzondere positie van Canterbury een praktische historische afspraak, of wordt zij als een door God ingesteld kerkelijk ambt beschouwd? Alleen het laatste vraagt om een duidelijke Bijbelse grondslag als het als verplicht kerkelijk model wordt voorgesteld.

8. Het Book of Common Prayer en de liturgie

Het Book of Common Prayer is een van de meest invloedrijke kenmerken van de Anglicaanse traditie. Het bevat vaste vormen voor onder meer de eredienst, het avondmaal, de doop, het huwelijk en begrafenissen. Moderne Anglicaanse kerken gebruiken daarnaast ook nieuwere liturgische boeken.

Een vaste orde kan helpen om samen te bidden, te zingen en de Schrift te lezen. De vraag vanuit het Nieuwe Testament is niet of iedere vooraf geschreven tekst verkeerd is. De vraag is of menselijke liturgische voorschriften een bindend onderdeel van de eredienst mogen worden zonder voldoende Bijbelse grond. Het Nieuwe Testament geeft duidelijke opdrachten voor de samenkomst. Christenen kwamen samen voor onderwijs, gemeenschap, het breken van het brood en gebed (Handelingen 2:42). Paulus geeft aanwijzingen over zingen en de opbouw van de gemeente (Efeziërs 5:19; Kolossenzen. 3:16; 1 Korintiërs 14:26,40).

Bijbelse toets: Helpt een liturgische vorm de gemeente om de Bijbelse opdrachten uit te voeren, of wordt zij zelf een kerkelijke norm die het Nieuwe Testament niet voorschrijft? Hetzelfde geldt voor kerkelijke gewaden, processies, kaarsen en bijzondere feestdagen. Het enkele feit dat iets niet letterlijk wordt genoemd, bewijst nog niet dat het verboden is. Maar wanneer een gebruik een verplicht onderdeel van de eredienst wordt, moet worden onderzocht op welke grond die verplichting rust.

9. Vrouwelijke priesters en bisschoppen

De Church of England staat de ordinatie van vrouwen tot priester toe en heeft sinds 2014 ook vrouwen als bisschop toegelaten. De eerste vrouwelijke bisschop van de Church of England werd in januari 2015 gewijd. Bron: Church of England, Legislation on women bishops becomes law — de invoering van vrouwelijke bisschoppen.

Vanuit het Nieuwe Testament wordt deze praktijk getoetst aan de teksten over de leer- en leiderschapsverantwoordelijkheid binnen de gemeente. Paulus schrijft:

“Ik sta niet toe, dat een vrouw onderricht geeft of gezag over de man heeft.” — 1 Timotheüs 2:12, NBG

In 1 Timotheüs 3:1-7 wordt een opziener beschreven als “de man, ener vrouw”, en Titus 1:5-9 geeft vergelijkbare voorwaarden voor oudsten. Vanuit de gebruikelijke uitleg in het Nieuwe Testament betekenen deze teksten dat het ambt van oudste/opziener aan mannen is toevertrouwd. Daarom wordt de Anglicaanse praktijk van vrouwelijke bisschoppen en priesters als strijdig met de apostolische richtlijnen beschouwd. Anglicanen en andere christenen leggen deze passages niet allemaal op dezelfde manier uit. Een zorgvuldige Bijbelstudie moet daarom de context, de betekenis van de woorden en de samenhang met andere passages onderzoeken.

Bijbelse toets: Welke grenzen stelt het Nieuwe Testament aan het onderwijzen en het dragen van gezag in de gemeente, en hoe moeten de genoemde teksten worden toegepast op kerkelijke ambten vandaag?

10. Zegeningen voor koppels van hetzelfde geslacht

Binnen de Church of England zijn sinds december 2023 de Prayers of Love and Faith toegestaan. Deze gebeden kunnen in gewone openbare kerkdiensten worden gebruikt om met en voor koppels van hetzelfde geslacht te bidden en hun relatie aan God op te dragen. Dit is niet hetzelfde als het toestaan van een kerkelijk huwelijk voor zulke koppels; de Church of England heeft dat niet ingevoerd. De kwestie blijft binnen de kerk onderwerp van discussie. Bron: Church of England, Prayers of Love and Faith — de huidige gebeden voor koppels van hetzelfde geslacht.

Vanuit het standpunt van het Nieuwe Testament moet deze praktijk worden getoetst aan de Bijbelse leer over huwelijk en seksuele relaties. Jezus verwijst naar de schepping en zegt:

“Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen.” — Mattheüs 19:5, NBG

Romeinen 1:26-27 bespreekt seksuele relaties tussen personen van hetzelfde geslacht in de context van Paulus' uiteenzetting over de menselijke zonde. Deze teksten worden door de Gemeente van Christus opgevat als onderdeel van het Bijbelse kader voor seksuele ethiek.

De vraag gaat niet over de waardigheid van mensen of over de noodzaak om iedereen met respect te behandelen. Het gaat over de vraag of een kerk een relatie kerkelijk kan zegenen als die relatie volgens haar Bijbelse uitleg niet overeenkomt met Gods bedoeling voor seksualiteit en huwelijk.

Bijbelse toets: Mag een kerkelijke beslissing een relatie als geestelijk goed bevestigen wanneer de Bijbel die relatie volgens de gebruikelijke uitleg van deze teksten niet als Gods bedoeling voor het huwelijk presenteert?

11. Maria, heiligen en gebed

De Anglicaanse Kerk heeft zich op verschillende punten van de rooms-katholieke praktijk verwijderd. Toch verschillen Anglicaanse gemeenten onderling in de mate waarin zij Maria, heiligen, afbeeldingen en traditionele devoties een plaats geven. Het Nieuwe Testament wijst Christus aan als Middelaar tussen God en mensen:

“Want er is één God en ook één middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus.” — 1 Timotheüs 2:5, NBG

Christenen mogen elkaar om gebed vragen en voor elkaar bidden (Jakobus 5:16). Maar het aanroepen van overleden heiligen als religieuze praktijk moet afzonderlijk worden getoetst: waar geeft het Nieuwe Testament daarvoor een opdracht of voorbeeld?

Hetzelfde onderscheid geldt voor afbeeldingen. Een afbeelding als kunstwerk is niet automatisch een afgodsbeeld. De vraag is of zij een religieuze functie krijgt die strijdig is met het onderwijs over aanbidding en afgoderij (Exodus 20:4-5; Johannes 4:24).

Bijbelse toets: Welke rol geeft het Nieuwe Testament aan Christus als Middelaar, aan gebed en aan religieuze afbeeldingen?

12. Samenvatting: de Anglicaanse Kerk tegenover de Gemeente van Christus

De Anglicaanse Kerk belijdt Christus, erkent de Bijbel als de uiteindelijke norm van het geloof en benadrukt Gods genade. Zij kent de doop en het avondmaal als belangrijke sacramenten. Tegelijk heeft zij een historische bisschoppenstructuur en een liturgische traditie die niet op alle punten overeenkomen met de kerkorganisatie en praktijken die de Gemeente in het Nieuwe Testament herkent.

Onderwerp

Anglicaanse praktijk

Bijbelse vraag vanuit het Nieuwe Testament

Schrift en traditie

Schrift, traditie en rede werken samen bij de uitleg

Blijft de Schrift de enige geïnspireerde norm?

Redding

Nadruk op genade en geloof

Hoe hangen geloof, bekering en gehoorzaamheid samen?

Doop

Ook kinderdoop; sacramentele betekenis

Waar zien we de doop van iemand die persoonlijk op het evangelie reageert?

Avondmaal

Sacrament waarin gelovigen werkelijk delen in Christus

Welke betekenis geeft het Nieuwe Testament zelf aan het avondmaal?

Kerkstructuur

Bisschoppen over bisdommen en parochies

Welk model van leiderschap zien we in plaatselijke gemeenten?

Canterbury

Wereldwijd verbindende rol, geen pauselijk juridisch gezag

Welke Bijbelse grondslag bestaat er voor dit bijzondere ambt?

Liturgie

Vaste gebeden en kerkelijke orden

Welke vormen zijn Bijbels opgedragen en welke zijn menselijke tradities?

Vrouwelijke ambtsdragers

Vrouwen kunnen priester en bisschop zijn in de Church of England

Hoe moeten 1 Timotheüs 2–3 en Titus 1 worden toegepast?

Zegeningen voor koppels van hetzelfde geslacht

Bepaalde gebeden zijn toegestaan

Hoe verhouden deze praktijken zich tot de Bijbelse leer over seksualiteit en huwelijk?

Maria en heiligen

Praktijken verschillen binnen het Anglicanisme

Welke praktijken worden door het Nieuwe Testament geleerd?

Conclusie

De Anglicaanse Kerk is historisch ontstaan uit de oude Engelse kerk, de breuk met Rome en de protestantse Reformatie. Zij heeft belangrijke christelijke overtuigingen behouden, maar combineert die met een eigen kerkstructuur, sacramentele uitleg en liturgische tradities.

Vanuit het Nieuwe Testament zijn vooral vijf onderwerpen doorslaggevend:

  1. Gezag: mag menselijke traditie een bindende rol spelen naast de Schrift?

  2. Doop: waarom worden baby's gedoopt wanneer de duidelijke voorbeelden van bekering mensen tonen die op het evangelie reageren?

  3. Leiderschap: waarom heeft de kerk een bisschoppelijke structuur die verder gaat dan de beschreven plaatselijke oudsten?

  4. Eredienst en ambten: hoe worden liturgie en de toelating van ambtsdragers getoetst aan het Nieuwe Testament?

  5. Morele leer: kan een kerk praktijken goedkeuren waarvoor zij geen overeenstemmende grondslag in de Schrift kan aantonen?

De beslissende vraag is niet of een kerk oud, groot of invloedrijk is. Evenmin is het voldoende dat een kerk zich protestants noemt. De vraag is: Komt haar leer, eredienst en organisatie overeen met het onderwijs van Christus en Zijn apostelen?

“Indien gij in mijn woord blijft, zijt gij waarlijk discipelen van Mij.” — Johannes 8:31, NBG

bottom of page