
Peter Vandebuerie

De inzameling voor de heiligen
De lokale gemeente ondersteunen in redding van zielen, discipelschap en opbouw van het lichaam van Christus
Inleiding
“1 Wat nu de inzameling voor de heiligen betreft, doet ook gij, evenals ik het in de gemeenten van Galatie geregeld heb: 2 elke eerste dag der week legge ieder uwer naar vermogen thuis iets weg, en hij spare dit op, opdat er niet eerst na mijn komst inzamelingen moeten gehouden worden. 3 Wanneer ik dan aangekomen ben, zal ik hen, die gij daarvoor geschikt acht, met brieven zenden om uw liefdegave te Jeruzalem af te dragen.” 1 Korintiërs 16:1-3.
De collecte voor de arme heiligen in Jeruzalem wordt meer dan eens genoemd in Handelingen. Ze werd voor het eerst gevraagd toen er ‘een grote hongersnood’ over het land kwam (Handelingen 11:28-30). De gemeente in Jeruzalem was verarmd door de grote vrijgevigheid in haar eerste jaren en door de daaropvolgende vervolgingen.
Dit gaat niet over geven om jezelf goed te voelen of om geld te verzamelen, maar over Gods orde in geldzaken. Het gaat over het verschil tussen wat een individuele christen doet met zijn geld en wat een lokale gemeente doet met de collecte.
Waarom is dit belangrijk?
1. Jezus en de apostelen hadden afspraken over geld. Judas was de penningmeester van het gemeenschappelijke geld, waarmee reizen, maaltijden en benodigheden voor de bediening mee werden betaald (Johannes 12:6).
2. Geld kan een gemeente verdelen; we moeten weten wat God autoriseert. Geld in de bediening van God vraagt om integriteit, transparantie en gehoorzaamheid aan Gods principes.
3. Het begrijpen van de scheiding tussen individuele en gemeentelijke (collectieve) verantwoordelijkheden, behoudt de missie van de lokale gemeente – het gaat om Gods koninkrijk, niet om luxe of sociale diensten.
1. Waarom neemt een lokale gemeente een collecte?
Bijbelse voorbeelden:
Onderlinge steun: Handelingen 2:44-45, 4:34-35 – Jeruzalem-gemeente deelde onder elkaar.
Ondersteuning van predikanten en zendelingen: 1 Korintiërs 9:11-12, Filippenzen 4:15-16 – zij die het Woord prediken mogen loon ontvangen.
Hulp aan behoeftige heiligen: 1 Korintiërs 16:1-2, 2 Korintiërs 9:12-13 – niet zomaar iedereen, maar aan gelovigen.
Evangelisatie en onderwijs: 1 Thessalonissenzen 1:8; Efeziërs 4:11-12 – geld kan gebruikt worden om discipelen te maken en het lichaam van Christus op te bouwen.
Belangrijk:
De gemeente is niet bedoeld voor sociale programma’s – dat is het werk van individuele christenen.
2. Autoriteit voor geldgebruik: individu vs. gemeente
Individu: kan zijn geld gebruiken voor armen, evangelisatie, persoonlijke zaken.
Galaten 6:10; Jakobus 1:27 – individuen hebben een verantwoordelijkheid om alle behoeftigen te helpen, gelovig of ongelovig (Matteus 25:35-36).
Gemeente: gebruikt geld uitsluitend volgens apostolische instructies:
1 Korintiërs 16:1-2 – “voor de heiligen”, doelbewust en planmatig.
1 Timoteüs 5:4, 16 – verschil tussen persoonlijke verantwoordelijkheid en gemeentelijke verantwoordelijkheid.
Illustratie: Ananias (Handelingen 5:1-4) – zodra geld aan de gemeente is overgedragen, is het geen persoonlijk bezit meer.
3. Bijbelse richtlijnen voor de collecte
1. Wanneer: Elke eerste dag van de week (1 Korintiërs 16:2).
2. Wie: Alle leden van de lokale kerk (2 Korintiërs 8:4).
3. Hoe: Vooraf plannen, doelbewust apart leggen (2 Korintiërs 9:7).
4. Hoeveel: Geen vaste tiende, geef naar vermogen en met een blijmoedig hart (2 Korintiërs 8:12; 9:6-7).
5. Waarom: Om orde te bewaren en geen noodcollectes nodig te hebben (1 Korintiërs 14:33) en om gelijkheid onder gelovigen te hebben (2 Korintiërs 8:14-15)
4. Inzameling en gebruik van geld in het Oude Testament
1. Hoe de collecte gebeurde
a. Tien procent (de tiende)
De tiende van de opbrengst van land, vee en oogst werd aan God gegeven.
Leviticus 27:30: “Een tiende van het land, van de zaaigoederen van het land of van de vruchten van de bomen behoort de HEERE toe; heilig is het voor de HEERE.”
Dit werd vaak verzameld in de tempel of bij de Levieten.
b. Vrijwillige offers
Naast de tienden waren er vrijwillige gaven, ook wel “offergaven” genoemd.
Bijvoorbeeld: geld, voedsel, kleding, dieren.
Numeri 18:26: De Levieten ontvingen deze giften als onderhoud voor hun bediening.
c. Specifieke collectes voor speciale gelegenheden
Bij feesten zoals het Loofhuttenfeest of Pascha moesten Israëlieten extra bijdragen leveren.
Dit gebeurde vaak collectief of via een aangewezen systeem van priesters en Levieten.
2. Waarvoor het geld werd gebruikt
a. Voor het onderhouden van de priesters en Levieten
De Levieten hadden geen eigen land, dus zij leefden van de tienden en offers van het volk.
Numeri 18:21: “Aan de Levieten heb Ik al de tienden in Israël gegeven tot erfdeel, als loon voor hun dienst die zij verrichten, het werk in de tent van samenkomst.”
b. Voor het onderhoud van de tempel of tabernakel
Materialen voor het onderhoud, brandstof voor het altaar, rituele benodigdheden.
Exodus 36:3-7: Giften van goud, zilver, en kostbare stoffen voor de bouw van de tabernakel.
c. Voor feesten en liefdadigheid
Soms werden tienden en vrijwillige gaven gebruikt om de armen, weduwen en wezen te helpen.
Deuteronomium 14:28-29 (NBG): “Aan het einde van drie jaar breng je de tienden van uw oogst naar uw stad en geef ze aan de Leviet, de vreemdeling, wees en weduwe, zodat zij eten hebben in uw stad.”
3. Waarvoor het geld niet werd gebruikt
Niet voor persoonlijk gewin van koning of hogepriester buiten Gods opdracht.
Niet voor luxe of zelfverrijking, behalve waar het direct diende voor tempeldienst, priesteronderhoud of armenzorg.
Niet voor willekeurige doeleinden: het moest God en Zijn werk dienen.
Niet voor entertainment, sportactiviteiten of vrije tijdsbesteding van bepaalde groepen zoals de jeugd en ouderen.
5. Het verschil tussen individueel geven en gemeentelijke collecte
Individueel | Gemeente | |
Autoriteit | Persoonlijk oordeel | Apostolische instructie (1 Korintiërs 16:1-2) |
Doel | Armen, evangelisatie, persoonlijke nood | Onderhoud predikanten, evangelisatie, hulp aan behoeftige heiligen |
Controle | Bij jezelf | Bij de gemeente, geen persoonlijk gebruik meer |
Timing | Wanneer nodig | Elke eerste dag van de week |
6. Gevaar van misplaatst geldgebruik
‘Moderne’ gemeenten besteden soms geld aan recreatie, luxe, of sociale diensten voor gelovigen en niet-gelovigen.
Jezus’ voorbeeld (Matteüs 25:35-36; Lukas 19:10) laat zien: het hoogste doel is redding van zielen en de opbouw van de kerk, niet het oplossen van allerlei sociale problemen.
Het gaat om Gods missie, niet om menselijke behoeften die buiten de opdracht van het evangelie vallen.
Conclusie
1. Collecte is bijbels en doelbewust – voor heiligen, predikanten en evangelisatie.
2. Individueel geven is een persoonlijke verantwoordelijkheid, ook buiten de gemeente.
3. Orde en planning voorkomen chaos en bewaren de missie van de gemeente.
4. Doel: De lokale gemeente ondersteunen in de redding van zielen, discipelschap en opbouw van het lichaam van Christus, niet in recreatie of algemene liefdadigheid.
“Zijn jullie betrokken bij dit grote werk? Samen kunnen we veel doen!” (Matteus 9:36-38)