
Peter Vandebuerie

De Lutherse kerk getoetst aan het Nieuwe Testament
Een vergelijking tussen het Nieuwe Testament en de Lutherse leer
Inleiding
De Lutherse Kerk ontstond uit de Reformatie van de zestiende eeuw. De beweging werd vooral verbonden met Maarten Luther, die zich verzette tegen bepaalde leerstellingen en praktijken van de middeleeuwse Rooms-Katholieke Kerk. Lutheranen benadrukken sterk het gezag van de Bijbel, de genade van God en de rechtvaardiging door het geloof. Daarmee staan zij op verschillende belangrijke punten dichter bij het Nieuwe Testament dan sommige andere historische kerken. Toch zijn er ook fundamentele verschillen met het kerk- en reddingsmodel dat we in het Nieuwe Testament aantreffen.
De centrale vraag van deze studie is daarom:
Komt de leer en inrichting van de Lutherse Kerk overeen met wat het Nieuwe Testament leert over de gemeente van Christus?
Daarbij wordt eerst weergegeven wat Lutheranen zelf leren en vervolgens gekeken welke vragen vanuit het Nieuwe Testament kunnen worden gesteld.
1. Het ontstaan van de Lutherse Kerk
De Lutherse beweging ontstond in de zestiende eeuw binnen de westerse kerk.
Maarten Luther, een Duitse monnik en theoloog, werd een belangrijke figuur in de Reformatie. In 1517 publiceerde hij zijn beroemde 95 stellingen. Zijn kritiek richtte zich onder andere op de handel in aflaten en op de manier waarop de kerk leer en gezag uitoefende.
De Lutheran World Federation beschrijft Luther als degene die in 1517 een beweging van kerkelijke hervorming in gang zette. Een belangrijk document werd vervolgens de Augsburgse Confessie, opgesteld door Philipp Melanchthon en in 1530 aan keizer Karel V voorgelegd. De Augsburgse Confessie werd het belangrijkste confessionele document van het lutheranisme. Een Lutherse bron benadrukt dat de Reformatie zichzelf niet zag als het eenvoudig oprichten van een volledig nieuwe kerk:
"De Reformatie begon geen nieuwe Kerk; onze Kerk werd niet geboren op 31 oktober 1517, of op 25 juni 1530." Bron: Journal of Lutheran Mission, Lutheran Church—Missouri Synod.
De Lutherse visie is dus dat de Reformatie bedoeld was om de bestaande kerk terug te brengen naar het Evangelie en de Schrift.
De vraag vanuit het Nieuwe Testament
De belangrijke vraag is echter: Moet de kerk worden hervormd door terug te gaan naar een later kerkelijk verleden, of moet zij rechtstreeks worden teruggebracht naar het patroon dat we in het Nieuwe Testament vinden? De apostel Paulus schreef:
"Ik heb u immers ten voorbeeld gegeven, opdat ook gij naar mijn voorbeeld zoudt handelen." — 1 Korintiërs 4:16 NBG
2. Christus is het hoofd van de gemeente
Lutheranen belijden dat Christus het hoofd van de Kerk is. Het Nieuwe Testament zegt:
"Hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente." — Kolossenzen 1:18 NBG
En:
"Christus is het hoofd der gemeente." — Efeziërs 5:23 NBG
Hierover bestaat weinig verschil. De belangrijke vervolgvraag is echter: Hoe moet de gemeente die Christus toebehoort georganiseerd worden? Daar ontstaan verschillen tussen het Nieuwe Testament en de latere Lutherse kerkstructuur.
3. De Bijbel als hoogste gezag
Hier ligt juist een belangrijk sterk punt van de Lutherse belijdenis. De Lutheran World Federation zegt:
"De Heilige Schrift van het Oude en Nieuwe Testament is de enige bron en norm van haar leer, leven en dienst." Bron: Lutheran World Federation, Reformation 2017 – The Lutheran Identity.
De LCMS formuleert het eveneens zeer duidelijk:
"Wij leren dat de Heilige Schrift verschilt van alle andere boeken in de wereld doordat zij het Woord van God is." Bron: LCMS, Brief Statement of the Doctrinal Position.
Dit uitgangspunt ligt dicht bij het Bijbelse principe:
"Heel de Schrift is door God ingegeven en nuttig om te onderrichten..." — 2 Timoteüs 3:16 NBG
De vraag is vervolgens niet zozeer of Lutheranen de Bijbel als gezaghebbend beschouwen, maar: Wordt iedere Lutherse leerstelling ook werkelijk rechtstreeks door de Schrift geleerd?
4. De Lutherse Belijdenisgeschriften
Lutheranen hebben naast de Bijbel officiële belijdenisgeschriften, verzameld in het Book of Concord van 1580. Daarin staan onder andere:
de Augsburgse Confessie;
de Apologie van de Augsburgse Confessie;
de Kleine Catechismus van Luther;
de Grote Catechismus;
de Schmalkaldische Artikelen;
de Formule van Concord.
De LCMS zegt:
"Wij aanvaarden de Lutherse Belijdenisgeschriften ... als een ware en bindende uiteenzetting van de Heilige Schrift." Bron: LCMS, The Lutheran Confessions.
Lutheranen zeggen dus niet dat de belijdenisgeschriften een tweede geïnspireerde Bijbel zijn. Zij zien ze als een juiste uitleg van de Bijbel.
De Bijbelse vraag
De apostelen geven echter de opdracht:
"Beproeft alle dingen; behoudt het goede." — 1 Tessalonicenzen 5:21 NBG
Daarom moeten ook Lutherse belijdenisgeschriften aan de Schrift worden getoetst.
5. Rechtvaardiging door het geloof
Dit is waarschijnlijk het meest kenmerkende leerstuk van het lutheranisme. De Augsburgse Confessie zegt:
"De mensen kunnen niet door hun eigen kracht, verdiensten of werken voor God gerechtvaardigd worden, maar worden om Christus' wil vrijelijk gerechtvaardigd door het geloof." Bron: Augsburgse Confessie, artikel IV.
De Lutheran World Federation vat het samen als:
"Vergeven, gered en gerechtvaardigd door Gods genade om Christus' wil door het geloof alleen." Bron: Lutheran World Federation, The Lutheran Identity.
Het Nieuwe Testament zegt inderdaad:
"Wij komen dus tot de slotsom, dat de mens door geloof gerechtvaardigd wordt, zonder werken der wet." — Romeinen 3:28 NBG
Hier moeten we echter zorgvuldig lezen wat Paulus bedoelt met "werken der wet". Het Nieuwe Testament leert eveneens:
"Gij ziet, dat een mens gerechtvaardigd wordt uit werken en niet slechts uit geloof." — Jakobus 2:24 NBG
Daarom is een belangrijk studiepunt: Hoe verhouden Paulus' woorden over rechtvaardiging door geloof zich tot Jakobus' woorden over geloof dat door gehoorzaamheid zichtbaar wordt?
Het Nieuwe Testament leert niet „alleen geloof”, maar een geloof dat het evangelie gehoorzaamt. Het gaat daarbij niet om werken waarmee iemand zijn redding verdient. Het gaat om een geloof dat God vertrouwt en daarom ook doet wat God vraagt. De Bijbel leert dat wij door Gods genade worden gered door geloof, maar het Bijbelse geloof is geen passief geloof. Het is een geloof dat reageert op Gods wil en zich uit in gehoorzaamheid.
„Het probleem ontstaat wanneer ‘Sola Fide’ wordt opgevat als: ‘alleen geloven, zonder dat gehoorzaamheid aan het evangelie noodzakelijk is.’ De Bijbel spreekt over geloof dat gehoorzaamt. Redding is Gods genade, ontvangen door geloof, maar dit geloof reageert op Gods geboden.”
6. Genade, geloof en gehoorzaamheid
Lutheranen benadrukken dat goede werken geen betaling voor de redding zijn. De Augsburgse Confessie zegt:
"Dit geloof moet goede vruchten voortbrengen en het is noodzakelijk goede werken te doen die door God geboden zijn."
Maar:
"Wij moeten niet op die werken vertrouwen alsof zij rechtvaardiging voor God verdienen." Bron: Augsburgse Confessie, artikel VI.
Dat onderscheid is belangrijk. Het Nieuwe Testament leert eveneens dat redding niet verdiend kan worden alsof mensen God iets verschuldigd maken. Maar het leert ook gehoorzaamheid:
"Hij is voor allen, die Hem gehoorzamen, een oorzaak van eeuwig heil geworden." — Hebreeën 5:9 NBG
Daarom moet worden gevraagd: Is geloof in het Nieuwe Testament alleen een innerlijke overtuiging, of omvat geloof ook gehoorzaamheid aan Christus?
7. De sacramenten
De Lutherse Kerk spreekt traditioneel over twee sacramenten:
de Heilige Doop;
het Avondmaal van de Heer.
De ELCA omschrijft een sacrament als een handeling die door Christus is ingesteld, een materieel element gebruikt en door het Woord Gods belofte draagt. De ELCA zegt:
"Heilige Doop en Heilige Communie kwalificeren als sacramenten, en niets anders." Bron: ELCA, What is a Sacrament for Lutherans?
De LCMS noemt Woord, Doop en Avondmaal de middelen waardoor God zijn genade aan mensen geeft. Het Nieuwe Testament spreekt inderdaad over de instelling van de doop en het Avondmaal.
De vraag is: Komt de Lutherse sacramentele uitleg overeen met de manier waarop de apostelen deze handelingen beschreven?
8. De Lutherse visie op de doop
De Lutherse Kerk ziet de doop als veel meer dan een symbolische handeling. De Augsburgse Confessie zegt:
"Van de Doop leren zij dat deze noodzakelijk is tot zaligheid en dat daardoor de genade van God wordt aangeboden." Bron: Augsburgse Confessie, artikel IX.
De Lutherse Grote Catechismus zegt bovendien:
"Door de Doop worden wij eerst in de christelijke Kerk opgenomen."Bron: Luther, Grote Catechismus, over de Heilige Doop.
Lutheranen verbinden de doop daarom met vergeving, genade en het werk van de Heilige Geest. Handelingen 2:38 zegt:
"Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden."
Dat is een belangrijk punt van overeenkomst. Maar er is ook een fundamenteel verschil.
9. De kinderdoop
Lutheranen dopen ook baby's. De Augsburgse Confessie zegt:
"Zij leren dat kinderen gedoopt moeten worden, omdat zij door de Doop aan God worden aangeboden en in Gods genade worden opgenomen." Bron: Augsburgse Confessie, artikel IX.
Luther verdedigt de kinderdoop eveneens uitvoerig in de Grote Catechismus.
Het probleem vanuit het Nieuwe Testament
Wanneer we de voorbeelden van bekering in Handelingen bekijken, zien we:
mensen horen het Evangelie;
zij geloven;
zij bekeren zich;
zij worden gedoopt.
Bijvoorbeeld:
"Toen zij dan zijn woord aanvaardden, lieten zij zich dopen." — Handelingen 2:41 NBG
En de Ethiopiër:
"Wat is er tegen, dat ik gedoopt word?" — Handelingen 8:36 NBG
Daarom is de centrale vraag: Waar vinden we in het Nieuwe Testament een duidelijk voorbeeld van de doop van een baby? Dat voorbeeld wordt niet gegeven.
10. De betekenis van de doop
Lutheranen leren dat God door de doop daadwerkelijk zijn belofte en genade geeft. Tegelijk zegt de Augsburgse Confessie dat het niet simpelweg de uiterlijke handeling is die iemand automatisch rechtvaardigt:
"De sacramenten rechtvaardigen niet door de uiterlijke handeling." Bron: Augsburgse Confessie, artikel XIII.
Dit is belangrijk. De Lutherse leer zegt dus niet eenvoudig: "Water maakt iemand automatisch gered." Het sacrament wordt verbonden met Gods belofte en geloof.
Toch blijft de vraag: Waarom wordt een persoon gedoopt voordat er een persoonlijke belijdenis van geloof en bekering heeft plaatsgevonden?
11. Het Avondmaal van de Heer
De Lutherse Kerk leert dat Christus werkelijk aanwezig is in het Avondmaal. De Augsburgse Confessie zegt:
"Van het Avondmaal des Heren leren zij dat het lichaam en bloed van Christus werkelijk tegenwoordig zijn en worden uitgedeeld aan hen die het Avondmaal ontvangen." Bron: Augsburgse Confessie, artikel X.
De Lutherse Kerk leert dus niet dat het Avondmaal alleen een symbolische herinneringsmaaltijd is. Ook de LCMS benadrukt dat het lichaam en bloed van Christus werkelijk aanwezig zijn in, met en onder brood en wijn. Jezus zei:
"Dit is mijn lichaam." — Mattheüs 26:26 NBG
En:
"Dit is mijn bloed." — Mattheüs 26:28 NBG
12. De Eucharistie / het Avondmaal als werkelijke tegenwoordigheid
Dit punt kan eenvoudig worden samengevat: De Lutherse Kerk leert dat Christus werkelijk aanwezig is in het brood en de wijn van het Avondmaal. Daarmee verschilt het klassieke lutheranisme bijvoorbeeld van een zuiver symbolische uitleg. De Lutherse Kerk verwerpt tegelijkertijd de rooms-katholieke verklaring van transsubstantiatie. De LCMS legt uit dat Lutheranen niet proberen filosofisch te verklaren hoe Christus lichamelijk aanwezig kan zijn, maar zich vasthouden aan de woorden van Christus.
De Bijbelse vraag
De apostel Paulus noemt het brood:
"Het brood dat wij breken, is dat niet een gemeenschap met het lichaam van Christus?" — 1 Korintiërs 10:16 NBG
Er is dus zeker een bijzondere betekenis van het Avondmaal. De vraag is vervolgens: Moeten we Christus' woorden letterlijk verstaan als een lichamelijke aanwezigheid in brood en wijn, of beschrijft Paulus een geestelijke gemeenschap met Christus?
13. Het Avondmaal is geen nieuw offer
Hier verschilt het klassieke lutheranisme duidelijk van de rooms-katholieke misopvatting. De Augsburgse Confessie verwerpt het idee dat de mis een nieuw offer voor zonden zou zijn. Zij verwijst naar:
"Wij zijn geheiligd door het offer van Jezus Christus, eens voor altijd."Bron: Augsburgse Confessie, artikel XXIV, met verwijzing naar Hebreeën 10:10.
Hebreeën 10:12 zegt:
"Maar Christus heeft één offer voor de zonden gebracht en is daarna voor altijd gezeten aan de rechterhand Gods."
Daarmee stelt het lutheranisme: Het kruisoffer van Christus is volledig en hoeft niet opnieuw gebracht te worden. Dat is een belangrijk verschil met de rooms-katholieke opvatting van de mis als offer.
14. De Kerk
De Augsburgse Confessie definieert de kerk als:
"De vergadering van de heiligen, waarin het Evangelie zuiver wordt verkondigd en de sacramenten naar behoren worden bediend." Bron: Augsburgse Confessie, artikel VII.
Dit is interessant omdat de Lutherse definitie sterk verbonden is met:
het Evangelie;
de sacramenten;
de gelovigen.
De kerk is dus niet in de eerste plaats een gebouw of een menselijke organisatie. Ook het Nieuwe Testament zegt:
"Want waar twee of drie vergaderd zijn in mijn naam, daar ben Ik in hun midden." — Mattheüs 18:20 NBG
En:
"Gij zijt het lichaam van Christus en ieder voor zijn deel leden." — 1 Korintiërs 12:27 NBG
15. Het kerkelijk ambt
De Lutherse Kerk heeft een bijzonder ambt van predikant/pastor. De Augsburgse Confessie zegt:
"Om dit geloof te verkrijgen, is het ambt ingesteld om het Evangelie te verkondigen en de sacramenten te bedienen." Bron: Augsburgse Confessie, artikel V.
En:
"Niemand mag in de kerk publiekelijk onderwijzen of de sacramenten bedienen tenzij hij wettig geroepen is." Bron: Augsburgse Confessie, artikel XIV.
Het Nieuwe Testament kent eveneens ambtsdragers.
We lezen over:
oudsten / opzieners;
diakenen;
evangelisten.
Zie bijvoorbeeld: 1 Timoteüs 3; Titus 1:5-9; Handelingen 14:23; Filippenzen 1:1.
De vraag
Het Nieuwe Testament spreekt echter over meerdere oudsten in plaatselijke gemeenten. De vraag is daarom: Is het Lutherse pastorale ambt precies hetzelfde als het ambt van oudsten/opzieners dat we in het Nieuwe Testament vinden?
16. Plaatselijke gemeente en kerkverband
Lutherse gemeenten maken deel uit van grotere kerkverbanden en synodes. De Bijbel laat zien dat gemeenten met elkaar konden samenwerken. Bijvoorbeeld:
Antiochië en Jeruzalem — Handelingen 15;
gemeenten in Macedonië en Achaje — 2 Korintiërs 8;
gemeenten die elkaar hielpen — Romeinen 15.
Maar iedere plaatselijke gemeente had ook eigen leiding. Paulus zei tegen de oudsten van Efeze:
"Ziet dan toe op uzelf en op de gehele kudde, waarover de Heilige Geest u tot opzieners gesteld heeft." — Handelingen 20:28 NBG
De vraag is daarom: Hoe ver mag een bovenlokaal kerkverband gaan in het bepalen van de leer en praktijk van plaatselijke gemeenten?
17. Belijdenis en vergeving van zonden
Lutheranen kennen ook de praktijk van persoonlijke biecht en absolutie. De Augsburgse Confessie zegt:
"Van de biecht leren zij dat de persoonlijke absolutie in de kerken behouden moet blijven." Bron: Augsburgse Confessie, artikel XI.
Lutheranen baseren dit onder andere op Jezus' woorden:
"Als gij iemands zonden vergeeft, zijn ze hem vergeven." — Johannes 20:23 NBG
Hier ligt een interessant verschil. Het Nieuwe Testament geeft christenen inderdaad de opdracht elkaar zonden te belijden:
"Belijdt daarom elkander uw zonden." — Jakobus 5:16 NBG
De vraag is echter: Geeft het Nieuwe Testament een afzonderlijk kerkelijk ambt waarin een predikant persoonlijk absolutie verleent als vaste praktijk voor iedere gelovige?
18. Maria en de heiligen
De Lutherse Reformatie verwierp de rooms-katholieke praktijk van het aanroepen van Maria en de heiligen. Lutheranen erkennen Maria als moeder van Jezus en als gelovige vrouw. De Augsburgse Confessie zegt dat Maria:
"de Maagd Maria, de moeder van God"
is, waarmee zij de klassieke christologische belijdenis over Christus als waarachtig God en mens bevestigen. Maar Lutheranen leren niet dat christenen tot Maria of overleden heiligen moeten bidden. Het Nieuwe Testament zegt:
"Er is één God en ook één middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus." — 1 Timoteüs 2:5 NBG
19. Afbeeldingen en kerkelijke symbolen
Lutheranen hebben afbeeldingen niet volledig verworpen. Er bestaan Lutherse kerken met:
kruisen;
afbeeldingen van Christus;
schilderingen;
glas-in-loodramen;
liturgische kunst.
Een officiële LCMS-bron merkt bijvoorbeeld op dat zowel lege kruisen als kruisen met het lichaam van Christus binnen het lutheranisme voorkomen. Het verschil met de Orthodoxe Kerk is dus belangrijk. Lutheranen beschouwen afbeeldingen niet als noodzakelijk onderdeel van de christelijke eredienst. De vraag vanuit het Nieuwe Testament is: Welke plaats moeten afbeeldingen krijgen in de eredienst? Jezus zei:
"God is geest en die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en in waarheid." — Johannes 4:24 NBG
20. Zonde, vrije wil en Gods genade
Een belangrijk onderdeel van de Lutherse leer is de erfzonde. De Augsburgse Confessie stelt:
„Alle mensen die op natuurlijke wijze geboren worden, worden in zonde geboren.” — Augsburgse Confessie, artikel II
Volgens de Lutherse leer kan de mens zichzelf niet tot God brengen. Redding is volledig afhankelijk van Gods genade. Daarmee wordt voorkomen dat iemand denkt: „Ik heb mezelf gered.” De Bijbel zegt:
„Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God.” — Efeziërs 2:8 NBG
Maar Paulus vervolgt:
„Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen.” — Efeziërs 2:10 NBG
Wat leert de Bijbel over zonde en verantwoordelijkheid?
Door Adam kwamen zonde en dood in de wereld, en de dood ging over alle mensen. — Romeinen 5:12-14
Door Christus zullen alle mensen opstaan. — Johannes 5:28-29
Ieder mens is persoonlijk verantwoordelijk voor zijn eigen daden en zal daarvoor geoordeeld worden. — 2 Korintiërs 5:10; Openbaring 20:11-15
Ieder mens sterft eenmaal en daarna volgt het oordeel. — Hebreeën 9:27
De geestelijke dood wordt beschreven als het gevolg van leven in zonden en overtredingen. — Efeziërs 2:1
Adam bracht zonde en lichamelijke dood in de wereld, maar ieder mens wordt persoonlijk verantwoordelijk voor zijn eigen zonden. Gods genade biedt in Christus redding aan; die genade sluit een leven van gehoorzaamheid niet uit (Efeziërs 2:8-10).
21. Het grote verschil: het reddingsplan
Hier ligt een van de belangrijkste verschillen met de Gemeente van Christus.
Lutherse benadering
De mens wordt gerechtvaardigd:
door Gods genade → door het geloof → om Christus' wil.
De doop wordt daarbij gezien als een middel waardoor God zijn genade en vergeving schenkt.
Nieuwe Testament
Het Nieuwe Testament beschrijft bekering en redding op verschillende manieren:
het Evangelie horen — Romeinen 10:17;
geloven — Johannes 8:24;
zich bekeren — Handelingen 2:38;
Christus belijden — Romeinen 10:9-10;
zich laten dopen — Handelingen 2:38; 22:16;
volharden — Openbaring 2:10.
Jezus zei:
"Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden." — Marcus 16:16 NBG
De vraag is daarom: Hoe passen alle elementen van het Nieuwtestamentische reddingsplan samen met de Lutherse formulering van rechtvaardiging door geloof alleen?
22. De Reformatie opnieuw getoetst
De Lutherse Reformatie heeft belangrijke Bijbelse waarheden opnieuw sterk benadrukt:
het gezag van de Schrift;
de genade van God;
Christus als enige Redder;
de noodzaak van geloof;
het éénmalige offer van Christus;
het afwijzen van menselijke verdiensten als grond voor rechtvaardiging.
Maar het feit dat een kerk een aantal Bijbelse waarheden benadrukt, betekent niet automatisch dat al haar leerstellingen overeenkomen met het Nieuwe Testament. Daarom blijft Handelingen 17:11 een belangrijk voorbeeld:
"Zij onderzochten dagelijks de Schriften, of deze dingen zo waren."
Dat is ook de juiste houding tegenover de Lutherse leer. Niet: "Luther zei het, dus het is waar." Maar: "Wat zegt de Schrift?"
Samenvatting van de belangrijkste verschillen
Onderwerp | Lutherse positie | Vraag vanuit het Nieuwe Testament |
Gezag | Schrift als hoogste norm; Belijdenisgeschriften als uitleg van de Schrift | Komt iedere belijdenis overeen met de apostolische leer? |
Rechtvaardiging | Door genade, door geloof, om Christus' wil | Hoe verhouden geloof, gehoorzaamheid en werken zich? |
Doop | Middel van Gods genade; noodzakelijk volgens de Augsburgse Confessie | Waar vinden we voorbeelden van kinderdoop? |
Kinderdoop | Ja | Waar wordt deze in het NT bevolen of beschreven? |
Avondmaal | Werkelijke tegenwoordigheid van Christus | Hoe moeten Christus' woorden en 1 Kor. 10–11 worden verstaan? |
Eucharistisch offer | Geen nieuw offer van Christus | Hoe verhoudt dit zich tot Hebreeën 10? |
Kerk | Vergadering waar Evangelie en sacramenten juist worden bediend | Is dit het NT-model voor de gemeente? |
Ambt | Pastor/predikant, wettig geroepen | Komt dit overeen met oudsten/opzieners? |
Kerkverband | Gemeenten verbonden in grotere kerkelijke verbanden | Hoe ver gaat de Bijbelse bovenlokale autoriteit? |
Biecht | Persoonlijke absolutie wordt behouden | Is dit een voorgeschreven NT-praktijk? |
Maria | Eerbied als moeder van Jezus; geen gebed tot haar | Wat leert het NT over haar rol na Christus' hemelvaart? |
Heiligen | Geen aanroeping van overleden heiligen | Wie is volgens 1 Tim. 2:5 de middelaar? |
Liturgie | Woord en sacrament staan centraal | Welke elementen van eredienst zijn apostolisch voorgeschreven? |
Goede werken | Noodzakelijk als vrucht van geloof, maar geen grond van rechtvaardiging | Hoe worden geloof en gehoorzaamheid verbonden? |
Conclusie
De Lutherse Kerk heeft in vergelijking met veel andere historische kerken een sterke nadruk op de autoriteit van de Bijbel en op redding door Gods genade in Christus. Daarom moet een eerlijke studie erkennen dat zij belangrijke Bijbelse waarheden verdedigt. Maar juist daarom is het belangrijk om de Lutherse leer verder te onderzoeken.
De belangrijkste vragen zijn:
Waarom wordt de kinderdoop toegepast als de voorbeelden in Handelingen steeds betrekking hebben op mensen die het Evangelie horen en geloven?
Waarom wordt het pastorale ambt anders georganiseerd dan het plaatselijke leiderschap door oudsten dat we in het Nieuwe Testament zien?
Hoe moet "geloof alleen" worden begrepen in het licht van teksten die geloof verbinden met bekering, gehoorzaamheid en de doop?
En uiteindelijk:
Niet: "Wat heeft Luther geleerd?" Niet: "Wat heeft de Lutherse traditie altijd geleerd?" Maar: "Wat hebben Christus en zijn apostelen geleerd?"
Paulus schrijft:
"Indien iemand een evangelie verkondigt, afwijkend van hetgeen gij ontvangen hebt, die zij vervloekt!" — Galaten 1:9 NBG
Daarom moet ook de Lutherse Kerk worden getoetst aan het apostolische onderwijs van het Nieuwe Testament.