top of page
IMG_0033333.png
Peter Vandebuerie
people-2596890_1920.jpg

De onrechtvaardige rentmeester

Wees verstandig, wees trouw en bereid je voor om voor God verantwoording af te leggen.

1. Inleiding: een moeilijke gelijkenis met een duidelijke waarschuwing

De gelijkenis van de onrechtvaardige rentmeester is een van de moeilijkste gelijkenissen van Jezus. Waarom lijkt Jezus een man te prijzen die oneerlijk handelt? Wil Hij ons leren dat we soms onrechtvaardig mogen zijn om ons doel te bereiken?

Nee. Jezus prijst de oneerlijkheid van de rentmeester niet. Hij wijst op zijn verstandigheid en zijn vooruitziende blik. De man begrijpt dat zijn huidige situatie binnenkort voorbij zal zijn en handelt met het oog op zijn toekomst.

De hoofdgedachte van de gelijkenis is voorbereiding: hoe leven wij nu, in het besef dat we uiteindelijk tegenover God verantwoording zullen afleggen? Jezus leert ons om verstandig om te gaan met de tijd, de mogelijkheden en de bezittingen die ons zijn toevertrouwd. Tegelijk waarschuwt Hij dat we niet de rijkdom, maar God als onze Meester moeten dienen.

2. De achtergrond van de gelijkenis

Lukas 15:1-2 — Jezus wordt bekritiseerd

Voordat Jezus deze gelijkenis vertelt, lezen we dat tollenaars en zondaars naar Hem toe komen om naar Hem te luisteren. De Farizeeën en schriftgeleerden klagen daarover. Ze vinden het verkeerd dat Jezus zulke mensen ontvangt en met hen eet.

Jezus antwoordt met drie bekende gelijkenissen:

  • De verloren schaap — Lukas 15:3-7.

  • De verloren penning — Lukas 15:8-10.

  • De verloren zoon — Lukas 15:11-32.

In deze verhalen laat Jezus zien hoe belangrijk het is dat verloren mensen terugkeren naar God. Er is vreugde wanneer een zondaar zich bekeert. Daarna begint Lukas 16 met de woorden dat Jezus ook tot zijn discipelen spreekt. De gelijkenis richt zich dus in de eerste plaats tot zijn leerlingen, maar de context blijft belangrijk. Aan het einde van het hoofdstuk blijkt dat ook de Farizeeën luisteren. Lukas 16:14 vermeldt dat zij geldzuchtig waren en Jezus bespotten.

Dat verband verdient aandacht. Jezus leert zijn leerlingen hoe zij met geld en verantwoordelijkheid moeten omgaan, terwijl zijn woorden ook een waarschuwing vormen voor mensen die rijkdom belangrijker maken dan Gods wil. We moeten daarbij voorzichtig zijn: de tekst zegt niet uitdrukkelijk dat elk onderdeel van de rentmeester rechtstreeks naar de Farizeeën verwijst. Wel maakt de bredere context duidelijk waarom Jezus waarschuwt voor geldzucht en ontrouw. Jezus spreekt over aardse bezittingen, maar de diepere vraag gaat over ons hart, onze trouw en onze toekomst voor God.

3. De gelijkenis uitgelegd — Lukas 16:1-8

3.1. De rentmeester moet verantwoording afleggen (verzen 1-2)

1Hij zeide ook tot zijn discipelen: Er was een rijk man, die een rentmeester had. Van deze werd hem aangebracht, dat hij zijn bezit verkwistte. 2En hij liet hem roepen en zeide tot hem: Wat hoor ik daar van u? Doe verantwoording van uw beheer, want gij kunt niet langer rentmeester blijven.

Jezus vertelt over een rijke man die een rentmeester heeft aangesteld om zijn bezittingen te beheren. Deze rentmeester wordt ervan beschuldigd dat hij het bezit van zijn heer verspilt. De heer roept hem ter verantwoording en maakt duidelijk dat hij zijn functie zal verliezen. Een rentmeester was een beheerder. Hij bezat niet noodzakelijk zelf de goederen die hij beheerde, maar had wel de verantwoordelijkheid om er zorgvuldig mee om te gaan.

Hier zien we meteen een belangrijk beginsel: wie verantwoordelijkheid ontvangt, moet daarover rekenschap kunnen afleggen.

Vergelijk dit met:

  • 1 Korintiërs 4:2: Van beheerders wordt verlangd dat zij betrouwbaar blijken.

  • Romeinen 14:12: Ieder mens zal tegenover God rekenschap afleggen.

  • Mattheüs 25:14-30: In de gelijkenis van de talenten moeten de dienaren verantwoording afleggen over wat hun is toevertrouwd.

Dit geldt niet alleen voor mensen met een bijzondere taak. Ook onze tijd, talenten, financiële middelen en mogelijkheden brengen verantwoordelijkheid met zich mee. Een werknemer die verantwoordelijk is voor bedrijfsgoederen, moet die zorgvuldig gebruiken. Een ouder moet verantwoordelijk omgaan met de zorg voor zijn kinderen. Een christen moet trouw omgaan met de taken die hij in zijn geloofsleven opneemt. Het feit dat anderen ons niet voortdurend controleren, betekent niet dat we geen verantwoording verschuldigd zijn.

3.2. De rentmeester denkt aan zijn toekomst (verzen 3-4)

3De rentmeester zeide bij zichzelf: Wat moet ik doen? Want mijn heer ontneemt mij mijn rentmeesterschap. Spitten kan ik niet, voor bedelen schaam ik mij. 4Ik weet, wat ik doen zal, opdat zij mij, wanneer ik uit mijn rentmeesterschap ontzet ben, in huis zullen nemen.

De rentmeester beseft dat hij zijn functie zal verliezen. Hij vraagt zich af hoe hij daarna verder moet. Hij wil niet zwaar lichamelijk werk verrichten en schaamt zich om te bedelen.

Daarom bedenkt hij een plan. Hij wil ervoor zorgen dat anderen hem later zullen ontvangen en helpen. De man is duidelijk bezorgd over zijn toekomst. Hij wacht niet tot hij ontslagen is, maar handelt terwijl hij nog mogelijkheden heeft. Zijn motieven zijn zelfzuchtig en zijn aanpak is oneerlijk. Toch begrijpt hij dat zijn huidige positie niet blijvend is. Dat is een belangrijk onderdeel van de gelijkenis: hij houdt rekening met wat er na zijn huidige situatie komt.

Vergelijk met andere Bijbelteksten

  • Spreuken 22:3: De verstandige ziet gevaar aankomen en neemt maatregelen.

  • Lukas 12:16-21: De rijke dwaas denkt vooruit voor zijn aardse toekomst, maar vergeet zijn verantwoordelijkheid tegenover God.

  • Efeziërs 5:15-16: Paulus roept christenen op zorgvuldig te leven en hun tijd goed te gebruiken.

De Bijbel moedigt ons dus aan om vooruit te denken. Maar er is een verschil tussen verstandig plannen en egoïstisch of oneerlijk handelen. Mensen bereiden zich voor op hun pensioen, sparen voor hun gezin en plannen hun carrière. Dat kan allemaal verstandig zijn. Maar bereiden we ons ook voor op onze ontmoeting met God? We kunnen veel aandacht besteden aan onze aardse toekomst en ondertussen weinig tijd maken voor gebed, Bijbellezen, dienstbaarheid en geestelijke groei. Denk vooruit, maar richt je niet alleen op dit leven. Bereid je ook voor op je verantwoording tegenover God.

3.3. De rentmeester vermindert de schulden (verzen 5-7)

5 En hij ontbood de schuldenaars van zijn heer één voor één bij zich. Hij zeide tot de eerste: Hoeveel zijt gij mijn heer schuldig? 6Hij zeide: Honderd vaten olie. Hij zeide tot hem: Hier hebt gij uw schuldbekentenis, ga vlug zitten en schrijf vijftig. 7Daarna zeide hij tot de tweede: En hoeveel zijt gij schuldig? Hij zeide: Honderd zakken tarwe. Hij zeide tot hem: Hier hebt gij uw schuldbekentenis, schrijf tachtig.

De rentmeester roept twee schuldenaars van zijn heer bij zich. De eerste is honderd maten olie verschuldigd. De rentmeester laat hem zijn schuld veranderen in vijftig maten. De tweede is honderd maten tarwe verschuldigd. Zijn schuld wordt veranderd in tachtig maten. Zo probeert de rentmeester ervoor te zorgen dat deze mensen hem later gunstig gezind zullen zijn. Er bestaat discussie over de precieze achtergrond van deze handelingen. Misschien handelde de rentmeester geheel op eigen initiatief, misschien speelde de manier waarop de schulden waren opgebouwd een rol. De tekst geeft niet voldoende informatie om elke juridische bijzonderheid met zekerheid vast te stellen. Wat wel duidelijk is, is dat de rentmeester zijn laatste mogelijkheden gebruikt om zijn eigen toekomst veilig te stellen.

Vergelijk met andere Bijbelteksten

  • Spreuken 11:1: God verwerpt oneerlijke maten en gewichten.

  • Micha 6:8: God verlangt rechtvaardigheid, trouw en nederigheid.

  • Kolossenzen 3:9: Christenen worden opgeroepen niet tegen elkaar te liegen.

Een goed resultaat maakt een verkeerde handelwijze niet automatisch goed. Iemand kan bijvoorbeeld klanten winnen door valse beloften te doen. Dat hij daarmee succes behaalt, maakt zijn gedrag nog niet rechtvaardig. Het doel heiligt de middelen niet. We moeten verstandig handelen zonder onze eerlijkheid op te geven.

3.4. Waarom prijst de heer de onrechtvaardige rentmeester? (vers 8)

8En de heer prees de onrechtvaardige rentmeester, dat hij met overleg gehandeld had, want de kinderen dezer wereld gaan ten aanzien van hun geslacht met veel meer overleg te werk dan de kinderen des lichts.

Dit is het eerste grote probleem bij het begrijpen van de gelijkenis. De heer erkent dat de rentmeester verstandig heeft gehandeld. Betekent dit dat Jezus oneerlijkheid goedkeurt?

Nee. De tekst zegt dat de rentmeester verstandig of slim handelde, niet dat zijn morele keuzes goed waren. Het is mogelijk om een bepaalde vaardigheid van iemand te erkennen zonder zijn hele gedrag goed te keuren. Iemand kan bijvoorbeeld technisch zeer bekwaam zijn, maar die kennis voor verkeerde doeleinden gebruiken. We kunnen zijn bekwaamheid erkennen en tegelijk zijn misbruik ervan afwijzen. Jezus trekt vervolgens een vergelijking met de mensen van deze wereld en de kinderen van het licht. Mensen die zich op aardse belangen richten, handelen soms doelgerichter voor hun eigen voordeel dan gelovigen voor hun geestelijke belangen. Dat is een ernstige waarschuwing.

Vergelijk met andere Bijbelteksten

  • Mattheüs 10:16: Jezus roept zijn leerlingen op verstandig en tegelijk oprecht te zijn.

  • 1 Korintiërs 14:20: Paulus roept op volwassen te zijn in het denken en onschuldig te blijven in het kwaad.

  • Efeziërs 5:15-17: Christenen moeten zorgvuldig leven en begrijpen wat de wil van de Heer is.

We hoeven niet alle slechte gewoonten en praktijken van de wereld te kennen of eraan deel te nemen. Maar we moeten wel verstandig genoeg zijn om niet naïef te handelen en ons niet gemakkelijk te laten misleiden. Sommige mensen werken jarenlang doelgericht om financieel succesvol te worden. Ze plannen, leren, sparen en zetten door.

Een christen kan zich afvragen: besteed ik evenveel aandacht aan mijn geestelijke groei? Neem ik mijn geloof even serieus als mijn werk, mijn financiën of mijn hobby's? Neem je geestelijke toekomst ernstig. Wees verstandig en doelgericht, maar blijf eerlijk en oprecht.

4. De toepassing van Jezus — Lukas 16:8-13

4.1. Gebruik aardse rijkdom met het oog op de eeuwigheid (vers 9)

9En Ik zeg u: Maakt u vrienden met behulp van de onrechtvaardige Mammon, opdat, wanneer deze u ontvalt, men u opneme in de eeuwige tenten.

Jezus verbindt de gelijkenis met een opdracht om verstandig om te gaan met de rijkdom van deze wereld. Hij spreekt over vrienden maken door middel van de onrechtvaardige mammon, met het oog op het moment waarop die rijkdom geen dienst meer kan doen.

Het woord mammon verwijst naar rijkdom of bezit. De uitdrukking onrechtvaardige mammon wordt op verschillende manieren uitgelegd.

De meest gangbare uitleg is dat Jezus hiermee de aardse rijkdom bedoelt: geld en bezittingen die behoren tot de tijdelijke wereld en die gemakkelijk een verkeerde plaats in ons leven kunnen innemen. Deze uitleg past bij de verzen 10-13, waarin Jezus spreekt over betrouwbaarheid, bezit en de keuze tussen God en de rijkdom. Er bestaat ook een andere uitleg. Omdat Jezus spreekt over de Farizeeën die geldzuchtig waren in vers 14, zien sommigen de woorden als een waarschuwing aan mensen die hun aardse vrienden en belangen boven God stellen. In die lezing kan de uitspraak een kritische, zelfs waarschuwende klank hebben. De eerste uitleg sluit het meest direct aan bij de gebruikelijke christelijke toepassing van deze passage. De tweede herinnert ons eraan dat de context ook een waarschuwing tegen de geldzuchtige houding van religieuze leiders bevat. In beide gevallen is de conclusie niet dat we rijkdom moeten verafgoden of dat we met geld onze redding kunnen kopen. Hoe kunnen we geld dan goed gebruiken?

  • Door mensen in nood te helpen.

  • Door goed te doen wanneer we daartoe de mogelijkheid hebben.

  • Door onze middelen te gebruiken om anderen te dienen.

  • Door niet al onze bezittingen voor onszelf te houden.

Vergelijk:

  • Galaten 6:10: Doe goed aan allen, vooral aan de huisgenoten van het geloof.

  • Jakobus 1:27: Zuivere godsdienst omvat onder andere zorg voor wezen en weduwen in hun nood.

  • 1 Timotheüs 6:17-19: Wie rijk is, moet niet op zijn rijkdom vertrouwen, maar rijk zijn in goede werken.

  • Mattheüs 5:16: Goede werken kunnen ertoe bijdragen dat mensen God verheerlijken.

Goede werken kopen geen toegang tot de hemel. Efeziërs 2:8-10 leert dat redding uit genade door het geloof komt en dat gelovigen geschapen zijn om goede werken te doen. Goede werken zijn dus geen betaling aan God, maar horen bij een leven dat Hem dient. Stel dat iemand zijn geld uitsluitend gebruikt voor luxe, ontspanning en persoonlijke zekerheid. Hij vraagt zich nooit af of hij iets kan betekenen voor anderen. Een andere persoon gebruikt zijn middelen ook om een behoeftig gezin te helpen, iemand in moeilijkheden bij te staan of goed te doen in zijn omgeving. Het verschil zit niet alleen in de hoeveelheid geld, maar in de manier waarop iemand ermee omgaat. Gebruik je aardse middelen niet alleen voor jezelf. Doe er goed mee, zolang je daartoe de gelegenheid hebt.

4.2. Wees trouw in kleine én grote zaken (vers 10)

10Wie in zeer weinig getrouw is, is ook in veel getrouw. En wie in zeer weinig onrechtvaardig is, is ook in veel onrechtvaardig.

Jezus leert dat wie betrouwbaar is in het geringste, ook betrouwbaar zal zijn in veel. Wie in kleine zaken oneerlijk is, zal ook in grotere zaken niet betrouwbaar blijken. Dit gaat over karakter. Betrouwbaarheid is niet iets wat iemand alleen toont wanneer er veel op het spel staat.

Vergelijk met andere Bijbelteksten

  • 1 Korintiërs 4:2: Een beheerder moet betrouwbaar zijn.

  • Lukas 19:17: In de gelijkenis van de ponden ontvangt de trouwe dienaar lof omdat hij betrouwbaar is geweest in een kleine opdracht.

  • 2 Petrus 1:5-7: Gelovigen moeten onder andere deugd, kennis, zelfbeheersing en liefde aan hun geloof toevoegen.


Betrouwbaarheid blijkt onder meer uit:

  • Correct omgaan met geld en werkuren.

  • Afspraken nakomen.

  • Geen leugens verspreiden, ook niet op sociale media.

  • Eerlijk blijven wanneer niemand controleert.

  • Zorgvuldig omgaan met verantwoordelijkheden in het gezin en de gemeente.

Wie bewust eerlijk leert handelen in dagelijkse zaken, ontwikkelt een karakter dat ook in grotere verantwoordelijkheden zichtbaar wordt. Wacht niet op een grote taak om trouw te bewijzen. Begin met de kleine dingen die je vandaag zijn toevertrouwd.

4.3. Aardse rijkdom en de ware rijkdom (vers 11)

11Indien gij dus niet getrouw geweest zijt ten aanzien van de onrechtvaardige Mammon, wie zal u dan het ware goed toevertrouwen?

Jezus vraagt hoe iemand die niet betrouwbaar omgaat met aardse rijkdom, kan worden toevertrouwd met de ware rijkdom. De vergelijking maakt duidelijk dat onze omgang met geld niet losstaat van ons geestelijke leven. Aardse rijkdom is tijdelijk. De manier waarop we ermee omgaan, kan echter iets laten zien over ons karakter, onze eerlijkheid, onze liefde en onze trouw aan God.

Vergelijk met andere Bijbelteksten

  • Mattheüs 6:19-21: Verzamel geen schatten alsof aardse bezittingen blijvende zekerheid bieden, maar richt je op hemelse schatten.

  • 1 Timotheüs 6:6-10: Paulus waarschuwt voor de begeerte naar rijkdom.

  • 1 Timotheüs 6:17-19: Gelovigen moeten hun hoop niet op onzekere rijkdom vestigen, maar goeddoen en vrijgevig zijn.


Iemand kan op het werk zeer nauwkeurig, gedisciplineerd en verantwoordelijk zijn, maar nauwelijks tijd maken voor zijn geestelijke leven. Hij kan eerlijk omgaan met geld, maar tegelijk weinig belangstelling tonen voor het welzijn van zijn medegelovigen. Jezus roept ons op om betrouwbaar te zijn in alle gebieden van ons leven. Ons karakter op het werk, thuis en in de gemeente hoort niet uit elkaar te vallen. Betrouwbaarheid in aardse zaken is geen vervanging voor geloof, maar onze omgang met aardse zaken laat wel zien hoe we met onze verantwoordelijkheden omgaan.

4.4. Wees trouw met wat een ander je heeft toevertrouwd (vers 12)

12En indien gij niet getrouw geweest zijt ten aanzien van het goed van een ander, wie zal u het onze geven?

Jezus maakt het onderscheid tussen wat aan ons is toevertrouwd en wat werkelijk van onszelf is. De rentmeester beheerde bezit dat aan iemand anders toebehoorde. Hij had dus niet het recht om dat bezit uitsluitend voor zijn eigen voordeel te gebruiken. Ook wij hebben verantwoordelijkheden die we niet zomaar naar eigen inzicht mogen behandelen.

Vergelijk met andere Bijbelteksten

  • Psalm 24:1: De aarde en alles wat daarop is, behoort aan de HEER.

  • 1 Kronieken 29:14: Alles komt van God; wat mensen geven, hebben zij eerst van Hem ontvangen.

  • 1 Petrus 4:10: Gebruik de ontvangen gave om anderen te dienen, als een goed beheerder van Gods genade.


Een werknemer moet zorgvuldig omgaan met het materiaal van zijn werkgever. Een ouder moet verantwoordelijk omgaan met de zorg voor zijn kinderen. Een christen die een taak ontvangt, moet die uitvoeren met trouw en bescheidenheid. Dit beginsel gaat verder dan geld. Het geldt ook voor onze tijd, kennis, talenten en invloed op anderen. Behandel wat je is toevertrouwd met respect. Je bent geen absolute eigenaar van alles waarover je beschikt.


4.5. Je kunt niet God én de rijkdom dienen (vers 13)

13Geen slaaf kan twee heren dienen, want hij zal òf de ene haten en de andere liefhebben, òf zich aan de ene hechten en de andere minachten; gij kunt niet God dienen èn Mammon.

Jezus besluit met een duidelijke waarschuwing: een dienaar kan niet twee heren dienen. Hij zal de ene liefhebben en de andere verachten, of zich aan de ene hechten en de andere verwaarlozen. Zo kunnen we niet tegelijkertijd God en de rijkdom dienen. Jezus zegt niet dat het bezit van geld automatisch verkeerd is. Hij waarschuwt voor de macht die rijkdom over ons kan krijgen. Wanneer geld bepaalt wat we belangrijk vinden, hoe we anderen behandelen en welke keuzes we maken, kan het de plaats van God innemen.

Vergelijk met andere Bijbelteksten

  • Mattheüs 6:24: Jezus leert dezelfde waarheid in de Bergrede.

  • Deuteronomium 6:5: Gods volk moet de HEER liefhebben met heel zijn hart, ziel en kracht.

  • Hebreeën 13:5: We moeten vrij zijn van geldzucht en tevreden zijn met wat we hebben.


Geld wordt onze meester wanneer we bijvoorbeeld:

  • Oneerlijk handelen om meer winst te behalen.

  • Mensen gebruiken voor financieel voordeel.

  • Onze verantwoordelijkheden tegenover God en ons gezin verwaarlozen om meer te verdienen.

  • Onze eigenwaarde volledig laten afhangen van bezit of status.

  • Weigeren anderen te helpen omdat we alles voor onszelf willen houden.

De vraag is dus niet alleen hoeveel geld we hebben, maar welke plaats geld in ons hart inneemt. Gebruik geld als een middel, maar laat het nooit de plaats van God innemen.

5. De belangrijkste les: bereid je voor om voor God te staan

De rode draad door de hele gelijkenis is voorbereiding op de toekomst en verantwoording tegenover God. De rentmeester wist dat zijn beheer zou eindigen. Daarom probeerde hij zijn toekomst veilig te stellen. Hij deed dit op een oneerlijke manier, maar hij begreep wel dat hij niet kon blijven leven alsof er nooit iets zou veranderen. Jezus gebruikt dat inzicht om zijn leerlingen aan het denken te zetten. Als mensen zoveel aandacht besteden aan hun aardse toekomst, hoeveel meer aandacht zouden wij dan moeten besteden aan onze geestelijke toekomst?

De Bijbel leert dat ons leven niet eindigt bij onze aardse bezittingen, prestaties of status.

  • Hebreeën 9:27 verbindt de dood met het daaropvolgende oordeel.

  • 2 Korintiërs 5:10 leert dat wij voor de rechterstoel van Christus zullen verschijnen en rekenschap zullen afleggen.

  • 1 Korintiërs 4:2 benadrukt dat van beheerders betrouwbaarheid wordt verlangd.

Dat betekent niet dat we onze redding door goede werken kunnen verdienen. De redding is een gave van God, zoals Efeziërs 2:8-10 duidelijk maakt. Maar Gods genade is geen reden om onverschillig te leven. Wie God wil dienen, moet Hem trouw zijn. De beslissende vraag is daarom: leef ik vandaag op een manier die past bij de verantwoording die ik uiteindelijk tegenover God zal afleggen?

6. Praktische toepassing voor ons leven

Persoonlijke controle

Ik ben eerlijk, ook wanneer niemand mij controleert.

Ik ga zorgvuldig om met geld, tijd en bezittingen.

Ik kom mijn afspraken en verantwoordelijkheden na.

Ik gebruik mijn mogelijkheden ook om anderen te helpen.

Ik besteed bewust tijd aan gebed, Bijbellezen en geestelijke groei.

Ik laat financiële belangen niet boven Gods wil staan.

Ik leef met het besef dat ik tegenover God verantwoording zal afleggen.

Gebruik de lijst om na te denken over je eigen leven, niet om jezelf met anderen te vergelijken.

7. Vragen voor Bijbelstudie en groepsbespreking

  1. Waarom vertelt Jezus deze gelijkenis juist na de gebeurtenissen in Lukas 15?

  2. Wat betekent het dat de rentmeester verantwoording moet afleggen?

  3. Waarom prijst de heer de rentmeester, hoewel deze oneerlijk handelt?

  4. Wat betekent het dat de mensen van deze wereld soms verstandiger handelen dan de kinderen van het licht?

  5. Hoe kunnen christenen hun geld gebruiken om anderen te helpen zonder te denken dat zij daarmee hun redding verdienen?

  6. Wat leert vers 10 ons over karakter en betrouwbaarheid?

  7. Hoe kan onze omgang met geld iets laten zien over onze geestelijke instelling?

  8. Wat betekent het praktisch dat we niet God én de rijkdom kunnen dienen?

  9. Welke verandering zou jij kunnen aanbrengen om trouwer om te gaan met wat je is toevertrouwd?

  10. Als je vandaag verantwoording zou moeten afleggen tegenover God, op welk gebied zou je dan het meest moeten groeien?

8. Besluit

De gelijkenis van de onrechtvaardige rentmeester leert ons niet om oneerlijk te handelen, maar om wakker, verstandig en doelgericht te leven. Jezus wil dat zijn leerlingen begrijpen dat het huidige leven tijdelijk is en dat onze keuzes ertoe doen. We moeten betrouwbaar zijn in kleine en grote zaken, verstandig omgaan met onze bezittingen, anderen dienen en ons hart beschermen tegen geldzucht. Boven alles moeten we God trouw blijven. De rentmeester dacht na over zijn toekomst toen hij besefte dat zijn huidige positie zou eindigen. Jezus roept ons op om nog veel ernstiger na te denken over onze eigen toekomst en onze verantwoordelijkheid tegenover God.

Onthoud deze drie kernpunten:

  1. Bereid je voor: leef met het oog op je ontmoeting met God.

  2. Wees trouw: ga eerlijk om met alles wat je is toevertrouwd.

  3. Kies je Meester: gebruik je geld om goed te doen, maar dien God boven alles.

De belangrijkste vraag is niet hoeveel we bezitten, hoeveel we bereiken of hoe succesvol we lijken. De belangrijkste vraag is of we trouw leven tegenover God. Een leven dat op God gericht is, begint niet wanneer we later meer tijd hebben. Het begint met de keuzes die we vandaag maken.

bottom of page