
Peter Vandebuerie

Hoe breng je liefde praktisch in een huwelijk?
De vraag gaat eigenlijk niet zozeer over wat liefde is, maar vooral over hoe je liefde praktisch toepast.
Theoretisch begrijpen we wat liefde is. Maar hoe richt je een huwelijk zo in dat problemen minder snel escaleren? Welke praktische keuzes kunnen man en vrouw maken om hun relatie op een goddelijke manier op te bouwen? Paulus zegt in 1 Korintiërs 13:4–7:
„De liefde is lankmoedig, de liefde is goedertieren, zij is niet afgunstig, de liefde praalt niet, zij is niet opgeblazen, zij kwetst niemands gevoel, zij zoekt zichzelf niet, zij wordt niet verbitterd, zij rekent het kwade niet toe. Zij is niet blijde over ongerechtigheid, maar zij is blijde met de waarheid. Alles bedekt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles verdraagt zij.”
Paulus vertelt dus niet alleen wat liefde is, maar ook hoe liefde zich gedraagt wanneer iemand ons teleurstelt, irriteert of pijn doet. Daarom moet 1 Korintiërs 13 niet alleen een beschrijving van liefde blijven. Het moet zichtbaar worden in de manier waarop een man en vrouw hun relatie inrichten.
1. Bouw communicatie op voordat er problemen zijn
Een van de beste manieren om grote conflicten te voorkomen, is om moeilijke onderwerpen te bespreken wanneer alles nog rustig is.
Een echtpaar kan elkaar bijvoorbeeld vragen:
Wanneer voel jij je door mij geliefd?
Waardoor voel jij je juist genegeerd of verkeerd begrepen?
Wat verwacht je van mij als echtgenoot/echtgenote?
Wat is voor jou belangrijk in ons huwelijk?
Wat heb je van mij nodig wanneer je gefrustreerd bent?
Wat helpt jou en wat maakt een moeilijke situatie juist erger?
Hoe wil je dat ik een probleem met je bespreek?
Welke onderwerpen vind je moeilijk om over te praten?
Hoe kunnen we van mening verschillen zonder elkaar aan te vallen?
Dit sluit aan bij Jakobus 1:19:
„Ieder mens moet snel zijn om te horen, langzaam om te spreken, langzaam tot toorn.”
Wacht dus niet tot er een crisis ontstaat om te ontdekken hoe je echtgenoot graag benaderd wil worden. Ook het idee van de vijf liefdestalen van Gary Chapman kan hierbij als praktisch hulpmiddel worden gebruikt. Het is geen Bijbelse leerstelling, maar het kan helpen om de vraag te stellen: „Hoe ervaart mijn echtgenoot liefde en hoe laat ik hem of haar daadwerkelijk merken dat ik liefheb?”
2. Zorg ervoor dat je echtgenoot zich veilig voelt om eerlijk te spreken
Communicatie betekent niet alleen dat je praat. Het betekent ook dat je een omgeving creëert waarin de ander durft te spreken. Als een vrouw bijvoorbeeld iedere keer dat ze zegt:
„Er zit iets dwars,”
direct een defensieve, boze of afwijzende reactie krijgt, kan ze uiteindelijk besluiten om niets meer te vertellen. Hetzelfde geldt voor een man.
Spreuken 15:1 zegt:
„Een zacht antwoord keert de grimmigheid af, maar een krenkend woord wekt de toorn op.”
Het eerste antwoord hoeft daarom niet altijd een oplossing te zijn. Soms is het veel wijzer om te zeggen:
„Ik wist niet dat je dit zo ervaart. Wil je me helpen begrijpen wat je bedoelt?”
Dat is 1 Korintiërs 13 in de praktijk. De liefde is geduldig. De liefde is vriendelijk. De liefde wordt niet onmiddellijk defensief.
3. Leer de achtergrond van elkaar kennen
Man en vrouw moeten tijd nemen om elkaars geschiedenis te leren kennen. Ervaringen uit het verleden kunnen invloed hebben op de manier waarop iemand reageert op kritiek, afwijzing, stilte, autoriteit, genegenheid of conflicten. Dat betekent niet dat verkeerd gedrag daardoor automatisch wordt goedgepraat. Maar het kan wel helpen om te begrijpen waarom iets iemand zo sterk raakt. In plaats van:
„Waarom reageer je zo?”
kun je leren vragen:
„Er lijkt iets achter deze reactie te zitten. Wil je me helpen begrijpen wat dat is?”
Dat is een heel andere houding. Galaten 6:2 zegt:
„Draagt elkanders lasten, en vervult alzo de wet van Christus.”
4. Maak vooraf afspraken over hoe jullie met conflicten omgaan
Dit is vooral belangrijk bij de tweede vraag: Wat als één van de echtgenoten niet over het probleem wil praten? Het is niet altijd verstandig om iemand te dwingen om op het heetst van de strijd een gesprek te voeren. Er is Bijbelse wijsheid in het eerst laten zakken van emoties. Spreuken 29:11 zegt:
„Een dwaas geeft uiting aan al zijn gevoelens, maar een wijze houdt ze terug.”
Ook Jakobus 1:19–20 leert ons langzaam tot toorn te zijn. Het kan daarom heel verstandig zijn om te zeggen:
„Laten we nu even stoppen. Ik wil niet dat we dingen zeggen waar we later spijt van krijgen. Maar laten we wel afspreken dat we hierop terugkomen wanneer we allebei rustig zijn.”
Dat is iets heel anders dan:
„Ik wil hier nooit meer over praten.”
Een gezond echtpaar kan daarom vooraf een afspraak maken:
„We mogen een pauze nemen, maar we mogen het probleem niet begraven.”
Het precieze tijdstip kan verschillen. Misschien later die avond, de volgende ochtend of op een ander afgesproken moment. Het belangrijkste is dat: „Ik heb tijd nodig” niet verandert in „Ik zal hier nooit over praten.”
5. Verwar het voorkomen van escalatie niet met het vermijden van het probleem
Er is wijsheid in het stoppen van een discussie voordat deze destructief wordt. Maar problemen steeds onder het tapijt schuiven is geen Bijbelse vrede. Jezus zegt:
„Indien uw broeder zondigt, ga heen, bestraf hem onder vier ogen.” — Mattheüs 18:15
Het Bijbelse principe is dat problemen aangepakt moeten worden en niet eindeloos verzameld. Onopgeloste problemen worden vaak munitie voor toekomstige conflicten:
„En vorig jaar deed je precies hetzelfde…”
Dan gaat het gesprek niet meer over het probleem van vandaag. Het hele verleden wordt erbij gehaald. Daarom is het verstandig om problemen aan te pakken terwijl ze nog klein zijn.
6. Bespreek het probleem, niet het karakter van de persoon
Er is een groot verschil tussen:
„Toen dat gebeurde, voelde ik me genegeerd.”
en:
„Jij geeft helemaal niets om mij.”
Of:
„Ik werd gekwetst door wat je zei.”
tegenover:
„Jij bent een verschrikkelijke echtgenoot.”
Het eerste gaat over een gebeurtenis. Het tweede valt de persoon aan. Efeziërs 4:29 zegt:
„Geen liederlijk woord kome uit uw mond, maar als gij een goed woord hebt, tot opbouw, waar dit nuttig is.”
Het doel van een gesprek moet daarom niet zijn: „Hoe win ik deze discussie?”
maar: „Hoe kunnen we begrijpen wat er gebeurd is en leren hoe we het de volgende keer beter kunnen doen?” Onthoud:
Jullie zijn echtgenoten, geen tegenstanders.
7. Leer zeggen: „Dit is mijn aandeel”
Een van de krachtigste gewoonten binnen een huwelijk is weigeren om het gesprek uitsluitend te laten gaan over wat de ander verkeerd heeft gedaan. Vraag jezelf:
„Wat was mijn bijdrage aan deze situatie?”
Misschien begon één persoon het conflict, maar heeft de ander het verder laten escaleren.
Misschien was één persoon ongevoelig, terwijl de ander reageerde met harde woorden.
Misschien trok één persoon zich terug, terwijl de ander juist steeds harder probeerde het gesprek af te dwingen.
Dat betekent niet dat ieder conflict automatisch „50/50” is. Soms ligt de verantwoordelijkheid duidelijk meer bij één persoon. Maar een christen moet bereid zijn om naar zichzelf te kijken. Jezus zegt in Mattheüs 7:5:
„Werpt eerst de balk uit uw oog, dan zult gij scherp kunnen zien, om de splinter uit het oog van uw broeder te werpen.”
Kunnen zeggen:
„Ik zat fout in de manier waarop ik hiermee omging. Het spijt me.”
kan een enorme escalatie voorkomen.
8. Laat trots niet bepalen wie er gelijk krijgt
Een grote vijand van de liefde uit 1 Korintiërs 13 is de behoefte om de discussie te winnen. Een christelijk huwelijk vraagt nederigheid. Filippenzen 2:3 zegt:
„Doet niets uit zelfzucht of ijdel eerbejag; doch in ootmoedigheid achte de een de ander uitnemender dan zichzelf.”
Soms is de belangrijkste vraag daarom niet:
„Wie had er gelijk?”
maar:
„Wat zou liefde hier doen?”
Dat betekent niet dat waarheid onbelangrijk is. Bijbelse liefde:
„verblijdt zich niet over de ongerechtigheid, maar verheugt zich met de waarheid.” — 1 Korintiërs 13:6
Maar waarheid moet worden nagestreefd met nederigheid en niet met de behoefte om persoonlijk te winnen.
9. Zorg voor regelmatige gesprekken wanneer er geen conflict is
Maak communicatie niet iets wat alleen gebeurt wanneer er iets fout gaat. Een echtpaar kan bijvoorbeeld iedere week een rustig moment nemen en elkaar vragen:
Hoe gaat het werkelijk tussen ons?
Is er iets waar je mee rondloopt?
Heb ik iets gedaan wat je heeft gekwetst?
Is er iets waarin ik beter kan worden?
Wat waardeer je aan mij?
Is er iets dat we moeten bespreken voordat het groter wordt?
Zo wordt communicatie iets normaals in plaats van iets bedreigends.
10. Zoek hulp voordat het huwelijk in een crisis zit
Het is niet onchristelijk om wijze raad te zoeken. Spreuken 15:22 zegt:
„Plannen falen bij gebrek aan overleg, maar door de veelheid van raadgevers komt iets tot stand.”
Een echtpaar kan daarom bijvoorbeeld een ouder, wijs en betrouwbaar christelijk echtpaar zoeken dat door beide echtgenoten wordt gerespecteerd.
Het doel moet niet zijn:
„Ik ga vertellen wat er allemaal mis is met mijn echtgenoot.”
Maar:
„Wij willen betere echtgenoten worden. Kunnen jullie ons helpen zien wat wij misschien niet zien?”
Dat verschil is belangrijk.
Wat als één echtgenoot niet wil praten?
Hier is bijzondere wijsheid nodig. Ga er niet onmiddellijk van uit dat die persoon niet om het huwelijk geeft. Misschien is hij of zij:
emotioneel overbelast;
bang voor confrontatie;
beschaamd;
niet goed in het onder woorden brengen van gevoelens;
bang dat het gesprek opnieuw in een ruzie eindigt.
Vraag daarom niet alleen:
„Waarom wil je hier niet over praten?”
maar bijvoorbeeld:
„Ik merk dat je hier nu niet over wilt praten. Ik wil je niet dwingen. Maar dit is belangrijk voor mij en ik wil het niet onopgelost laten. Wanneer zou voor jou een goed moment zijn om er rustig over te praten?”
Dat respecteert de behoefte aan tijd, zonder toe te staan dat vermijding de permanente oplossing wordt. Als de ander zegt:
„Praten helpt toch niet.”
kan een antwoord zijn:
„Misschien lost praten niet onmiddellijk alles op. Maar ik wil niet dat we stoppen met communiceren omdat we bang zijn dat het niet werkt. Ik wil je beter begrijpen en kijken wat wij allebei kunnen veranderen.”
En stel vervolgens een belangrijke vraag:
„Wat gebeurt er wanneer ik moeilijke dingen met je probeer te bespreken waardoor je liever niet meer wilt praten?”
Dat kan iets belangrijks aan het licht brengen.
Misschien voelt de ander zich niet gehoord.
Misschien verandert ieder gesprek onmiddellijk in een discussie.
Misschien wordt de ander direct defensief.
Misschien wordt iemand extreem emotioneel.
Misschien voelt de ander zich onder druk gezet.
Als dat het geval is, is het antwoord niet simpelweg:
„Je moet beter communiceren.”
Misschien moeten jullie eerst leren hoe je op een goede manier communiceert.
Een praktische afspraak voor een christelijk huwelijk
Een echtpaar zou vooraf samen iets kunnen afspreken als:
„Wij zullen proberen ernstige problemen niet op te lossen wanneer we boos zijn. Ieder van ons mag vragen om een pauze. Maar een pauze betekent niet dat we het gesprek verlaten. We spreken een redelijk moment af om erop terug te komen. Wanneer we praten, luisteren we eerst voordat we ons verdedigen. We spreken over het probleem en vallen niet de persoon aan. We erkennen ons eigen aandeel. We vragen vergeving wanneer dat nodig is. En we zoeken samen naar een betere manier om het de volgende keer aan te pakken.”
Dat is een zeer praktische manier om 1 Korintiërs 13:4–8 in de structuur van een huwelijk toe te passen. Het doel is niet een huwelijk waarin nooit conflicten ontstaan. Twee onvolmaakte mensen die samenleven zullen onvermijdelijk verschillen en botsen. Het doel is een huwelijk waarin conflicten niet destructief hoeven te worden.
1 Korintiërs 13 in de praktijk:
De liefde is geduldig
→ Ik hoef dit niet onmiddellijk op te lossen.
De liefde is vriendelijk
→ Ik val je niet aan wanneer we hierover praten.
De liefde wordt niet verbitterd
→ Ik beheers mijn reactie.
De liefde rekent het kwade niet toe
→ Ik verzamel geen munitie voor de volgende ruzie.
De liefde verheugt zich met de waarheid
→ Ik ben bereid toe te geven wanneer ik fout zit.
De liefde bedekt, gelooft, hoopt en verdraagt
→ Ik geef de relatie niet op wanneer het moeilijk wordt.
De belangrijkste praktische vraag bij 1 Korintiërs 13 is daarom niet alleen:
„Wat betekent liefde?”
maar:
„Wat zou liefde mij in deze concrete situatie laten doen?”