
Peter Vandebuerie

Zacharia 14 en de wederkomst van Jezus
Komt Jezus terug om op de Olijfberg een aards koninkrijk te vestigen?
1. Inleiding: wat leert het duizendjarig vrederijk?
Sommige christenen geloven dat Jezus bij zijn wederkomst naar de aarde zal komen om een koninkrijk op te richten en duizend jaar vanuit Jeruzalem te regeren. Zij geloven dat de beloften aan het volk Israël dan op aarde vervuld zullen worden. Een belangrijke tekst die hiervoor wordt gebruikt, is Zacharia 14:3-4.
„Dan zal de HERE uittrekken om tegen die volken te strijden [...] Zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg, die vóór Jeruzalem ligt, aan de oostzijde.” (NBG)
De redenering is eenvoudig: Zacharia spreekt over Gods voeten op de Olijfberg, Jezus zal terugkomen, dus zal Jezus bij zijn wederkomst op de Olijfberg staan en vanuit Jeruzalem regeren. Maar zegt de Bijbel dat werkelijk, of wordt die conclusie aan de tekst toegevoegd? Om dat te onderzoeken, moeten we het hele hoofdstuk lezen en vergelijken met wat het Nieuwe Testament over Jezus' wederkomst zegt.
2. Wat is de directe context van Zacharia 14?
We mogen vers 4 niet losmaken van de rest van het hoofdstuk.
Verzen 1-2: Jeruzalem wordt bedreigd, ingenomen en een deel van de bevolking wordt weggevoerd.
Verzen 3-5: de HERE strijdt tegen de vijandige volken. Zijn voeten staan op de Olijfberg en zijn komst wordt beschreven.
Verzen 6-9: er wordt gesproken over een bijzondere dag, levend water dat uit Jeruzalem stroomt en Gods heerschappij over de hele aarde.
Verzen 10-21: het hoofdstuk beschrijft Gods oordeel over vijanden, de viering van het Loofhuttenfeest en de heiligheid van Gods huis.
Zacharia 14:9 zegt:
„En de HERE zal koning worden over de gehele aarde.” (NBG)
De tekst spreekt over de HERE, maar zegt in vers 4 niet uitdrukkelijk dat Jezus daar bij zijn wederkomst zal staan. Ook moeten we uitleggen wat de andere beelden in dit hoofdstuk betekenen. Waarom splijt de berg? Wat betekent het levende water? Waarom wordt het Loofhuttenfeest genoemd? Wie alleen vers 4 gebruikt om een toekomstige regering van Jezus te bewijzen, laat belangrijke delen van de profetie onbeantwoord.
3. Wat zegt de Bijbel over de wederkomst van Jezus?
A. Handelingen 1:11 — Jezus zal terugkomen
„Deze Jezus, die van u opgenomen is naar den hemel, zal op dezelfde wijze wederkomen, als gij Hem ten hemel hebt zien varen.” (NBG)
In vers 12 lezen we dat de discipelen van de Olijfberg naar Jeruzalem terugkeerden. Sommigen verbinden dit met Zacharia 14:4. Maar de engelen zeggen niet dat Jezus bij zijn terugkomst opnieuw op de Olijfberg zal staan. Dat Jezus vanaf de Olijfberg naar de hemel ging, bewijst niet automatisch dat Hij bij zijn terugkomst op diezelfde berg zal staan. De tekst belooft zijn terugkomst, maar noemt de plaats niet.
B. 1 Thessalonicenzen 4:16-17 — De gelovigen ontmoeten Jezus
Paulus beschrijft hoe Jezus uit de hemel zal neerdalen, de doden zullen opstaan en de gelovigen de Heer tegemoet zullen gaan in de lucht.
„[...] den Here tegemoet in de lucht, en zó zullen wij altijd met den Here wezen.” (NBG)
Paulus zegt hier niet dat Jezus daarna op de Olijfberg zal staan of vanuit Jeruzalem zal regeren. Deze tekst laat zien dat de Bijbel de wederkomst beschrijft zonder te zeggen dat Jezus eerst op de Olijfberg moet staan. Het laat ook zien dat gelovigen Hem tegemoet gaan op de wolken.
C. 1 Korintiërs 15:23-26 — De komst van Jezus en het einde
Paulus schrijft dat degenen die bij Christus horen, zullen opstaan bij zijn komst. Daarna spreekt hij over het einde en over het tenietdoen van alle vijandige macht.
„[...] vervolgens die van Christus zijn bij zijn komst; daarna het einde [...]” (NBG)
Dit roept een belangrijke vraag op: waar leert de Bijbel dat Jezus na zijn wederkomst nog duizend jaar vanuit Jeruzalem zal regeren? Paulus beschrijft de komst van Jezus in verband met de opstanding en het einde. Een toekomstige aardse regering moet daarom met andere Bijbelteksten worden aangetoond.
D. 2 Petrus 3:10-13 — De dag van de Heer
Petrus beschrijft de dag van de Heer als een dag waarop de huidige schepping ingrijpend verandert. Hij spreekt vervolgens over de verwachting van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Deze tekst past bij de gedachte dat Jezus terugkomt om Gods plan tot voltooiing te brengen. Hij zegt niet dat Jezus eerst een aards koninkrijk in Jeruzalem zal oprichten.
4. Het koninkrijk van Jezus bestaat al
Kolossenzen 1:13 zegt dat God gelovigen heeft overgebracht:
„[...] in het Koninkrijk van den Zoon zijner liefde.” (NBG)
Ook Handelingen 2:30-36 beschrijft hoe Jezus is opgewekt, verhoogd en tot Here en Christus is gemaakt. Efeziërs 1:20-23 leert dat Jezus boven alle macht en heerschappij is geplaatst. Deze teksten laten zien dat Jezus nu al Koning is en dat zijn koninkrijk al bestaat. Waarom zouden we dan aannemen dat Hij bij zijn wederkomst pas een koninkrijk zal beginnen?
Sommige christenen geloven dat Jezus eerst een geestelijk koninkrijk heeft en later nog een aards koninkrijk zal oprichten. Maar die tweede stap moet met de Bijbel worden bewezen. Het feit dat Jezus Koning is, bewijst op zichzelf niet dat er nooit een toekomstige aardse regering kan zijn. De vraag moet vanuit alle relevante teksten worden onderzocht.
5. Kan Zacharia 14 over de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70 gaan?
Een andere uitleg is dat Zacharia 14 vooruitwijst naar Gods oordeel over Jeruzalem, dat uiteindelijk in het jaar 70 door de Romeinen werd verwoest. Deze uitleg wordt onder anderen verdedigd door Foy E. Wallace Jr. Er zijn overeenkomsten met Jezus' woorden in Mattheüs 24 en Lukas 21.
A. Mattheüs 24:15-22
Jezus waarschuwt voor een komende ramp en zegt dat mensen in Judea moeten vluchten wanneer zij de aangekondigde gebeurtenissen zien.
B. Lukas 21:20-24
Jezus zegt dat Jeruzalem door legers omsingeld zal worden en dat de stad verwoest zal worden. Deze woorden passen bij de historische verwoesting van Jeruzalem door de Romeinen in het jaar 70. Ook gebruikt de Bijbel soms beelden van de zon, de maan, de sterren en de aarde om Gods oordeel over volken en steden te beschrijven. Daarom hoeft niet iedere profetische beschrijving van Gods komst een letterlijke beschrijving te zijn van hoe Hij lichamelijk op aarde verschijnt.
Toch moeten we voorzichtig zijn: het Nieuwe Testament zegt niet rechtstreeks dat ieder onderdeel van Zacharia 14 in het jaar 70 is vervuld. Dit is een uitleg die aan de volledige tekst moet worden getoetst, net als de uitleg dat het hoofdstuk over een toekomstige wederkomst gaat.
6. Tien denkfouten bij de uitleg van profetieën
Wanneer we moeilijke Bijbelteksten onderzoeken, moeten we voorkomen dat we conclusies trekken die de tekst niet werkelijk ondersteunt.
1. Een aanname als bewijs behandelen
Men neemt aan dat Zacharia 14 over de wederkomst gaat en gebruikt vervolgens diezelfde tekst als bewijs voor de aanname.
2. De tekst uit zijn verband halen
Men leest alleen over de voeten op de Olijfberg en negeert de rest van het hoofdstuk.
3. Twee gebeurtenissen gelijkstellen omdat ze op elkaar lijken
De Olijfberg wordt genoemd in Zacharia 14 en Handelingen 1. Dat bewijst niet dat beide teksten over precies dezelfde gebeurtenis gaan.
4. Een conclusie toevoegen die niet in de tekst staat
Handelingen 1 zegt dat Jezus zal terugkomen. Zacharia 14 spreekt over voeten op de Olijfberg. Geen van beide teksten zegt uitdrukkelijk dat Jezus bij zijn wederkomst op die berg zal staan.
5. Alle beelden letterlijk nemen
Een profetie kan spreken over bergen die splijten, water dat stroomt en grote veranderingen in de natuur. We moeten onderzoeken of de schrijver letterlijk spreekt, beelden gebruikt of beide doet.
6. Alleen zoeken naar teksten die bij onze eigen mening passen
We mogen niet eerst een leerstelling kiezen en daarna de Bijbel zo uitleggen dat die leerstelling altijd gelijk krijgt.
7. Andere belangrijke teksten negeren
Een uitleg over de wederkomst moet ook rekening houden met 1 Thessalonicenzen 4, 1 Korintiërs 15 en 2 Petrus 3.
8. Stilte als bewijs gebruiken
Dat Handelingen 1 de Olijfberg niet noemt als plaats van de wederkomst, bewijst niet dat Jezus daar onmogelijk kan verschijnen. Omgekeerd bewijst Zacharia 14:4 niet dat Hij daar noodzakelijk zal verschijnen.
9. Alles over Israël automatisch toepassen op de moderne staat Israël
We moeten eerst onderzoeken wat de profetie betekende in haar eigen tijd en hoe het Nieuwe Testament de beloften aan Israël behandelt.
10. Een mogelijke uitleg voorstellen als de enige uitleg
We moeten eerlijk onderscheiden tussen wat de Bijbel uitdrukkelijk zegt en wat we daaruit afleiden.
Handelingen 17:11 prijst de mensen in Berea omdat zij de Schriften onderzochten om na te gaan of wat zij hoorden werkelijk overeenkwam met Gods Woord. Dat is een goed voorbeeld voor iedere Bijbelonderzoeker.
7. Wat betekent dit voor ons leven?
Zacharia 14 eindigt met een oproep tot heiligheid en trouw aan God. Het doel van Bijbelstudie is niet alleen om te weten wat er in de toekomst zal gebeuren, maar ook om te leren hoe God wil dat wij leven. Zacharia 13:1 spreekt over een bron die geopend wordt voor reiniging van zonde en onreinheid. In het Nieuwe Testament lezen we in 1 Petrus 1:15-16:
„Maar gelijk Hij, die u geroepen heeft, heilig is, wordt zo ook gijzelf heilig in al uw wandel; want er staat geschreven: Weest heilig, want Ik ben heilig.” (NBG)
De verwachting van Jezus' wederkomst hoort ons aan te moedigen om trouw te blijven, zonde te vermijden en God te dienen.
8. Conclusie: wat kunnen we met zekerheid zeggen?
Zacharia 14:4 zegt dat Gods voeten op de Olijfberg zullen staan. Het vers zegt niet uitdrukkelijk dat Jezus daar bij zijn wederkomst zal staan om vanuit Jeruzalem duizend jaar te regeren.
De belangrijkste Bijbelse aandachtspunten zijn:
Jezus zal terugkomen. Dat leert Handelingen 1:11.
De Bijbel zegt niet uitdrukkelijk dat Hij bij zijn terugkomst op de Olijfberg zal staan.
Jezus is nu al Koning. Dat blijkt onder meer uit Handelingen 2:30-36 en Kolossenzen 1:13.
Zijn wederkomst wordt verbonden met de opstanding en het einde. Dat lezen we in 1 Korintiërs 15:23-26.
Een verband met de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70 is een mogelijke uitleg van Zacharia 14, maar moet zorgvuldig worden onderbouwd.
De Bijbel vraagt ons niet om een bepaalde uitleg te verdedigen ten koste van de tekst. Hij vraagt ons om zorgvuldig te onderzoeken wat er staat.
De belangrijkste vraag is daarom niet: hoe kan ik bewijzen dat mijn uitleg juist is? Maar: wat leert de Bijbel werkelijk, wanneer ik alle relevante teksten in hun verband lees?